Blauwe schermen onrust.

Heeft het RIVM nu echt niets beters te doen dan een onderzoek naar iets dat al lang bekend is? Vanochtend verkondigde Susan Jansen, hoofd gezondheidsbescherming, met een ernstig gezicht  voor de NOS camera dat het staren naar een blauw scherm ’s avonds voor het slapen gaan toch echt niet goed is en dat jongeren er minder slaaprust door krijgen en overdag meer vermoeid zijn. Ja, dat wisten we dus al. Daar is al vaker onderzoek naar gedaan. Niet altijd correct zoals een slecht, onnauwkeurig onderzoek naar het effect van e-readers in Amerika liet zien, maar toch: hier wordt al jaren bericht over gedaan. Daarom hebben de meeste telefoons, computers en tablets tegenwoordig een nachtstand waarbij het licht gedimd wordt en van blauw naar oranje verandert. Aan de kleur van het licht hoeft het dus niet te liggen. Gewoon automatisch de nachtstand instellen.

Zelfs met warm licht geldt echter dat wanneer iemand ’s avonds voor het slapen gaan nog allerlei drukke informatie tot zich neemt of spelletjes speelt waardoor er onrust in het hoofd ontstaat, dat niet slaapbevorderend werkt. Je moet gewoon een uur voor het slapen gaan iets ontspannends doen. Ik weet het van mezelf. Wanneer ik eens na een laat feestje m’n bed inrolde en toch best wel moe besloot om niet even rustig te zitten, bleek dat ik toch moeilijk kon slapen omdat er steeds maar beelden en gesprekken door mijn hoofd bleven gaan en het ondanks het late tijdstip waarschijnlijk beter was geweest wanneer ik nog een goed half uur of langer de tijd had genomen om alle drukte in mijn hoofd te laten wegvloeien.

Eigenlijk doe ik dat iedere dag: de drukte in mijn hoofd kwijtraken voor het slapen gaan. Dit doe ik door meestal in bed een boek te pakken, of mijn e-reader en in ieder geval een half uur fictie te lezen. Nu niet beginnen te zeuren over het licht van mijn e-reader want dat heb ik op een zeer lage stand (een helderheid van 6 tot 8 %) en een e-reader heeft randverlichting en geen achtergrondverlichting zoals een telefoon of tablet. Nu heb ik tegenwoordig maar een uur of 6 slaap nodig en of ik nu vroeg of laat naar bed ga, na 6 uur ben ik gewoon weer wakker. Door de week lig ik er vaak redelijk vroeg in en ben dan om een uur of 5 al weer wakker, geef de katten hun ontbijt en ga dan weer naar bed met mijn boek. Dan heb ik bijna twee uur tijd om te lezen. Heerlijk. Dat is meteen een goed begin van de dag. Tijdens mijn lunchpauze lees ik meestal ook een half uur. Dan ga ik weer fris de middag in.

Het voordeel van lezen wordt mijns inziens sterk onderschat en daar zou meer aandacht voor moeten zijn want het lezen van fictie is een geweldige manier om rust in het hoofd te creeëren, zowel voor jongeren als ouderen. Het klinkt misschien tegenstrijdig omdat lezen ook een hersenactiviteit is en je soms mensen hoort over hoe ze de halve nacht in een spannend boek zijn blijven lezen, maar het is bewezen dat het lezen van fictie, zelfs als het slechts een kwartier is, onstspannender werkt dan het gewoon zitten met een kop thee voor de neus. Door je te verplaatsen in een fictieve wereld komen je hersenen op andere gedachten. Je vergeet je dagelijkse beslommeringen en alle dagelijkse indrukken. Een strandwandeling is goed om al lopend je gedachten op een rijtje te zetten en fysiek even lekker uit te waaien maar het lezen van een boek is als een strandwandeling voor je hersenen. Even al die zorgen wissen in een andere geestelijke omgeving. Dat moet maar eens op het journaal.

Advertisements

Het herinneren.

Af en toe vind ik het leuk om op YouTube of op een tv-zender naar beelden uit de tijd van mijn jeugd te kijken. Begrijp me goed, ik ben niet iemand van “vroeger was alles beter” want ik heb het in het hier en nu goed naar de zin en geniet van alles dat deze tijd mij te bieden heeft, maar naarmate je ouder wordt bezit je meer verleden en vind ik terugkijken af en toe wel leuk. Zo was er laatst op de zender ONS een terugblik op de winters van 1977 en 1979. Ik heb gelijk Orla geroepen en haar verteld over die winters met behulp van de beelden op de tv omdat het een stuk is van mijn Nederlands verleden dat zij niet kent en waar ik haar op deze manier een beetje deelgenoot van kon maken.

Nu ben ik in het jaar 1963 geboren en veel van de tijd waarin ik ben opgegroeid is op beeld vastgelegd en bewaard gebleven. Dat heeft voordelen en nadelen. De voordelen lijken mij duidelijk: je kunt tegenwoordig via een zoekmachine op het internet veel archiefmateriaal terugvinden uit de jaren 60, 70 en 80. Een van de nadelen is dat je je soms afvraagt of een herinnering wel echt je eigen herinnering is of dat het uit het collectieve potje beeldmateriaal stamt waar je af en toe flitsen uit zag. Een ander nadeel is dat het beelmateriaal vrij selectief is waardoor het misschien andere, eigen herinneringen verdringt of vervangt.

Jeugdherinneringen zijn sowieso vrij onbetrouwbaar omdat ze gekleurd worden door de tijd, waardoor ze toegevoegde waarde krijgen, aangesterkt of afgezwakt worden of soms een geheel andere lading krijgen. (Zo was die oom die je altijd op zijn schoot trok en uitgebreid uitkietelde, vroeger grappig, maar als volwassene terugkijkend, met het aan het licht gekomen kindermisbruik, een vieze handtastelijke kerel.)

Je herinneringen aan iets van vroeger worden meestal ook vermengd met andere eigen herinneringen of vertelde herinneringen van anderen omdat je nooit volledige herinneringen van een gebeurtenis hebt en je brein de leemtes opvult met geleende herinneringen om het plaatje compleet te maken, waarbij je de gebeurtenis ook nog eens van uit een heel eigen, gefocust perspectief hebt gezien. Daardoor hebben verschillende mensen uit een groep vaak een iets andere herinnering bij dezelfde gebeurtenis, zelfs als ze op dat moment bij elkaar waren.

Als ik tot een definitie van een (jeugd)herinnering zou willen komen dan zou ik zeggen: iedere herinnering is een fragmentopname van een gebeurtenis die je vanuit je eigen focuspunt en interesse hebt bezien en ervaren en die door tijd en absorptie van soortgelijke –  en jouw vertelde ervaringen gekleurd en soms zelfs veranderd kan worden. Misschien is het niet een geheel dekkende definitie maar ik kan er wel tevreden mee zijn.

Mijn herinneringen worden vaak geactiveerd door geuren, geluiden of muziek en woorden. Zo las ik een tijdje terug het boek “Hier kom ik weg” van Annette Maas en bracht het woordje “fiene” (Gronings voor fijn zand) me terug naar mijn kleutertijd waarna er meer herinneringen aan mijn jeugd in Hoogezand volgden (zie de blogpost “de kracht van het woord”)

De geur van rottend riet brengt mij terug naar de kamer van een vroeger vriendinnetje die rieten bloempotten in haar kamer had en een aantal planten met een voetbad had staan. De geur van chloor en pasgemaaid gras brengt me weer terug naar het openluchtzwembad waar ik veel zomers doorbracht. De afgelopen jaren heb ik het niet gedaan maar afgelopen oud-en-nieuw heb ik weer eens oliebollen gebakken. De geur en smaak brachten ook herinneringen naar boven. Het nummer “I am sailing” van Rod Stewart brengt mij weer terug op de dansvloer met het meisje waar ik destijds verliefd op was. Zo maak ik met behulp van geuren, smaken, beelden, muziek en woorden mijn eigen terugblikken, gekleurd of niet. Er is tenslotte niets mis met deels fictieve herinneringen, zolang je er zelf maar schik in hebt en niet teveel waarde aan de echtheid hecht.

De herinneringen die me ongemakkelijk maken of waarbij ik me het hoofd breek over hoe het ook nog maar zat vergeet ik liever. Die vallen onder de noemer frictie.

Leessfeer.

Lezen is voor mij een activiteit waar ik het liefst goed voor gaat zitten of liggen. Goed, ik doe het wel; het lezen op een luchthaven, in een bus of trein of in een wachtkamer, maar het fijnste is toch wanneer ik er echt op mijn gemak in bed, op een comfortabele stoel of bank de tijd voor kan nemen, zoals op een koude zondagochtend in januari met een zachtknisperend vuur in de allesbrander, getooid in een joggingbroek en afgeleefde woontrui die ik het liefst nooit weer uittrek, half liggend op de bank met een zachte deken over de benen, een kat spinnend aan het voeteneind en een grote mok thee op de koffietafel. Dat kan natuurlijk ook een mok koffie zijn maar dat werkt bij mij niet want ik drink dubbele espresso’s en die heb ik in een paar slokken op. Mijn voorkeur als leesdrank is momenteel “organic black chai with ginger and elderberries” , gekocht in de bekende Zweedse woongigant waarvan zich slechts één vestiging in Ierland bevindt en wel in Dublin, op goed twee uur rijden van ons huis. Daar heb ik ook van die handige Idealisk theezeven/eieren gekocht die het gemakkelijker maken om per mok losse thee te gebruiken. De chai wissel ik af met losse groene of witte thee of Rooibos, gekocht op de zaterdagmarkt in Limerick City. Al slurpend aan mijn thee duik ik dan de wereld van mijn boek in.

De juiste omgeving, sfeer en geborgenheid kan de leesvreugde zoveel meer vergroten. Als kind las ik stiekem onder de dekens met een zaklantaarn. Dat waren heerlijke uren van geborgenheid en leesplezier. Ik lees nog steeds graag in bed. Normaalgesproken ben ik iedere ochtend vroeg wakker en al om half zes op om de katten eten te geven en buiten de vogels. Daarna ga ik dan weer terug mijn bed in om nog een goed uur te lezen voor ik op moet staan om mij klaar te maken om naar het werk te gaan, op 10 minuten rijden van ons huis dus zoveel tijd heb ik ook weer niet nodig.

Soms is het fijn wanneer het op een vrije dag slecht weer is en de regen tegen de ruiten klettert zodat het extra fijn is om lekker opgekruld op de bank van een mooi boek te genieten. Natuurlijk moeten er op vrije dagen ook boodschappen gedaan worden, er moet worden gekookt, gebakken, geklust, getuinierd en af en toe wat tv gekeken maar er blijft toch altijd wel genoeg leestijd over. Mensen die zeggen dat ze geen tijd hebben om te lezen begrijp ik niet. Voor lezen maak je tijd. En het is dan extra leuk wanneer je er een sfeertje omheen kunt scheppen, al dan niet met een lekker drankje. Leestijd is belangrijke tijd want het maakt je leven intenser, ontspant de geest terwijl het tegelijkertijd inzichten vergroot en hersengymnastiek is. Dat moet je serieus nemen. Ik neem nog een mok thee en duik weer in mijn boek. Gegroet.

book and tea_0001

Slaapproblemen door e-readers?

Lezen op een e-reader met “achtergrondverlichting” voor het slapen gaan is slecht. Dit bericht duikt iedere keer weer op sinds er in 2014 een artikel over is verschenen in een Amerikaans wetenschappelijk tijdschrift. Een e-reader met achtergrondverlichting bestaat echter niet en het gaat bij dit zogenaaamde onderzoek dan ook om een iPad. Voor het “onderzoek” werden slechts 12 mensen gebruikt die vier uur lang, vijf avonden voor het slapen gaan een boek op een een iPad in de felste stand te lezen kregen en vijf avonden een papieren boek. Ze sliepen beter na het lezen van een papieren boek. Ja, vind je het gek? Het licht van echte e-readers met randverlichting (hier kom ik later nog op terug) werd wel gemeten maar daar werd geen onderzoek mee gedaan. We kunnen dus spreken van een slecht uitgevoerde poging die de naam onderzoek niet verdient.

Het is bekend dat veel blauw licht ’s avonds voor slaapritmestoornissen kan zorgen. Dat is niet zo vreemd want blauw licht zit op dezelfde golflengte als daglicht en verstoort daardoor de aanmaak van melatonine, het zogenaamde slaaphormoon. Vooral jongeren hebben er last van. Tablets, zoals de iPad, smartphones, computers, laptops en televisies zijn de voornaamste boosdoeners. Met name bij een smartphone en tablet bevinden je ogen zich op een korte afstand van het scherm en krijg je dus op heldere stand teveel blauw licht te verduren. Nieuwere computers, telefoons en tablets hebben soms een nachtfunctie waarbij je het licht ’s avonds automatisch kunt laten dimmen en naar warmer licht kunt laten veranderen. Wanneer je dan echter die telefoon of tablet voor games of sociale media gebruikt zorgt de onrust in je hoofd er wel voor dat je slechter slaapt. Nee, je moet voor de rust dan wel een fictieboek gaan lezen.

Wat die extreem luie onderzoekers niet hebben gedaan is met verschillende tijdsduur testen (vier uur lezen is best wel lang),  meer mensen bij de test betrekken (12 proefpersonen is erg weinig), lezen met gedimd licht testen en echte e-readers testen, want er is namelijk veel verschil tussen e-readers en tablets. Een tablet heeft achtergrondverlichting en schijnt dus in je gezicht. Heel vaak zie ik nog de fout in recensies van bijvoorbeeld Kobo e-readers waarin gesproken wordt over achtergrondverlichting. E-readers zoals de Kobo’s hebben geen achtergrondverlichting maar randverlichting. Er zijn ledjes in de rand ingebouwd waardoor het licht over het e-papierscherm wordt verspreid, net als met een leeslampje. Een e-reader werkt net als een boek met opvallend licht, waardoor je bij een e-reader de verlichting kunt uitschakelen en met een externe lichtbron verder kunt lezen. Een tablet werkt alleen met achtergrondverlichting. Beiden zijn dimbaar en net als nieuwere tablets en telefoons hebben sommige e-readers een nachtstand waarbij, wanneer dit ingeschakeld is, het licht, ’s avonds automatisch dimt en soms ook van kleurtemperatuur veranderd, maar of die verandering van kleur nu zoveel uitmaakt bij gedimd licht is nog maar de vraag.

De negatieve verhalen over ’s avonds lezen op een e-reader zijn dus ongegrond zolang er sprake is van een echte e-reader en je kunt stellen dat zelfs het onderzoek met tablets niet op een juiste manier is gedaan omdat niet met gedimd licht en aangepaste nachtstand is getest. Zelf lees ik ‘s avonds in bed met de helderheid op ongeveer 12 procent en dat is dan meer dan genoeg. Ik slaap daarna prima. Mocht je het toch niet vertrouwen dan kan op de e-reader de verlichting worden uitgezet en bij het licht van een  normaal, leeslampje worden gelezen. Dan moet je er alleen nog voor zorgen dat het boek niet zo spannend is dat je de hele nacht doorleest.

Hier een link naar een Harvard artikel over het onderzoek en een link naar het onderzoek zelf.

https://hms.harvard.edu/news/e-readers-foil-good-nights-sleep

http://www.pnas.org/content/112/4/1232

KoboAURA24De Kobo Aura H2O met 6.8 inch scherm, de reader die ik momenteel bezit.

Mijn eerste leesjaren.

Bij ons thuis werd veel gelezen. Mijn vader en moeder waren altijd wel in een boek bezig en op vierjarige leeftijd werd ik al meegenomen naar de bibliotheek die was gevestigd in een buurtcentrum, “de Kern” genaamd. Hier bleef ik tot in mijn tienerjaren, tot de bouw van de nieuwe bibliotheek, lenen. Wanneer ik hier weer aan terugdenk kan ik mij de beelden, geluiden en geuren zo weer voor de geest halen. Je kwam eerst in een halletje, dan nog een deur door en direct links was – voorzover ik mijn herinnering kan vertrouwen – de kinder en jeugdafdeling. De volgende deur was de volwassenenafdeling. Wanneer je naar rechts liep was je in het buurtcentrumgedeelte waar ook een kantine bij hoorde. Er hing een gemengde geur van koffie, etenswaren, schoonmaakmiddelen en parfums. In de bieb zelf hing natuurlijk de geur van boeken vermengd met de vaag binnendringende geuren uit de hal.

Mij is verteld dat ik als kind gek was op het verhaal: “de grote boze tovenaar” en dit steeds weer wilde horen. Wanneer mijn moeder regels oversloeg corrigeerde ik haar, zo goed kende ik het verhaal op den duur. Het verhalenboek dat van een gele kaft met een zon in gouddruk voorop was voorzien, heeft nog lang in het ouderlijk huis gestaan en ik heb het later nog wel eens ingekeken. Het was een mengeling van sprookjes en verhalen en was geïllustreerd met zwart wit en kleurenplaten. Pinkeltje en Jip en Janneke waren ook boeken uit mijn vroege kindertijd.

Van veel boeken ben ik titels en auteurs vergeten. Van veel series echter, weet ik nog de namen. Pietje Bel, Snuf de hond, de Kameleon, De Vier, De Vijf, Arendsoog, de Narnia serie van C.S Lewis en een serie getiteld: “de jonge Hardy’s”. Omdat ik van deze laatste niet helemaal zeker was heb ik het maar even gegoogeld en kwam daarbij tot een opmerkelijke ontdekking: de boeken zijn niet door een schrijver geschreven maar door meerdere. De oudheid en geschiedenis interesseerden mij toen ook al, dus las ik de boeken van H. Arends getiteld “Aak, de jongen uit de steentijd”, “Kenar en de Hunebeddenbouwers”, “Esk, en de strijders met de stenen bijlen” en “Dalan, de jonge ridder uit de bronstijd”. Daarnaast las ik klassiekers als: Alleen Op De Wereld, Kruimeltje, De (Neger)Hut Van Oom Tom en De Scheepsjongens Van Bontekoe.

Verder waren er nog de boeken van Wim van Helden: commissaris Achterberg en Inspecteur Arglistig; de boeken van R. Feenstra over de Discus (een door een friese professor gebouwde vliegende schotel waarmee spectaculaire reddingsacties werden gedaan), Bas Banning, Pim Pandoer en vele andere helden. Veel van deze jeugdboeken zijn terug te vinden op http://www.oudejeugdboeken.nl/

Ons huis stond op een hoek. De voorkant keek uit op een vijver met een parkje en de zijkant op een grasveld met bomenpartij. Hier speelde ik vaak met kinderen uit de buurt. Lezen vond veel plaats nadat ik, naar mijn mening te vroeg, naar binnen werd geroepen en naar bed moest. Onder de dekens met een zaklantaarn zodat mijn ouders niet in de gaten hadden dat ik nog aan het lezen was. De boeken van K. Norel over de oorlogstijd: Vliegers In Het Vuur, Varen En Vechten en Engelandvaarders heb ik op deze manier grotendeels gelezen. Nu we het toch over oorlogsboeken hebben: het nu verfilmde Oorlogswinter van Jan Terlouw en Reis door de nacht van Anne de Vries vond ik erg spannend.

Naast fictie las ik in mijn kinderjaren non-fictie boeken over het oude Egypte, de Inca’s en andere oude beschavingen. Op mijn elfde begon ik dat soort boeken bij de volwassenenbibliotheek te lenen. Mijn vader schilderde en had veel boeken over schilders in huis. Hiervan bekeek ik voornamelijk de platen maar las af en toe wat over de schilderijen en de schilders. Daarnaast kreeg ik van kennissen van mijn ouders, die ik oom en tante noemde, regelmatig boeken over de mysteries uit de geschiedenis, archeologie en wetenswaardigheden uit de hele wereld.

Na de lagere school ging ik – omdat ik als een dromer en vrij speels werd gezien – op advies van de onderwijzers eerst naar de MAVO. Dit bleek voor mij veel te gemakkelijk waardoor ik een luie leerling werd. Ik haalde hoge cijfers zonder dat ik er moeite voor hoefde te doen. Ik keek het een keer over en dan wist ik het wel. Dat gaf mij zowel veel speeltijd als leestijd en ik heb in mijn jonge tienerjaren naast lijstboeken vrij veel boeken voor mijn plezier gelezen. Na de MAVO kwam de HAVO waarop ik door net zo weinig te doen als op de MAVO wel iets lagere cijfers haalde. Het was op de HAVO dat ik Tolkien ontdekte en mijn liefde voor de Nederlandse literatuur ook versterkt werd. Lezen was voor mij bepaald geen straf.

Ik ben blij dat ik als lezer ben opgegroeid. Lezen was voor mij als kind een avontuur en dat is het tot op de dag van vandaag gebleven.

Aak de jongen uit de steentijd

Nieuwe Computer 2.

Ik heb het zo druk gehad op mijn nieuwe computer dat ik er maar niet toe kwam om dit verhaal over de bouw ervan, in mei van dit jaar, te publiceren. Bij deze.

“Hallo?” “Ja, hi, dit is Sean van DHL. Ik sta volgens de postcode met mijn bus buiten je huis met een bestelling.” “Is het een witte bungalow met rode accenten?” “Ja, en rode hoekstenen.” “Dan zit je goed. Ik ben zelf niet thuis maar de dame die de deur opendoet heet Orla Clancy.”

Toen ik die donderdag 17 mei tijdens de lunch thuiskwam lag het pakketje op me te wachten. “Het is wel erg licht”, zei Orla. Dat klopte wel want er zaten alleen een processor, SDRAM geheugen, een wifi – en een FireWire kaart in. Dat spul weegt niet veel. Het was de tweede en laatste bestelling voor het bouwen van mijn nieuwe computer. De eerste bestelling had ik via Elara.ie gedaan en dit pakket kwam van Komplett.ie. Internetwinkels zijn een uitkomst voor computeronderdelen want in het deel van Ierland waar ik woon in ieder geval, verkopen fysieke winkels tegenwoordig liever complete computers en hebben bijna geen onderdelen meer in huis.

Jaren geleden was het bouwen van zo’n apparaat ingewikkeld omdat je verstand moest hebben van programmeren. Tegenwoordig is het meer een bouwpakket voor volwassenen waarbij je er alleen voor moet zorgen dat je de juiste onderdelen aanschaft (want alles moet met elkaar kunnen communiceren) en dat je de stekkertjes op de juiste manier aansluit, waarna de software van het moederbord moeiteloos opstart en het meeste automatisch instelt. Voor het bouwen van de computer is het internet en vooral YouTube een geweldige hulpbron. Er zijn tientallen filmpjes over hoe je zo’n ding in elkaar flanst. Daarnaast krijg je bij het moederbord een uitgebreide handleiding en zelfs bij de voeding krijg je een handleiding die je vertelt welke stekkertjes voor wat bedoeld zijn. Een kind kan de was doen met goed opletten en veel geduld. Een 50 plusser zoals ik heeft er wel een leesbril en een lampje bij nodig om al dat gepriegel met kleine stekkertjes tot een goed einde te brengen.

Die donderdagavond maakte ik de keukentafel vrij en begon met het plaatsen van de processor op het moederbord, waarna ik het interne SDRAM geheugen en de koeler van de processor aanbracht en het hele zakie in de computerkast plaatste en vastschroefde op de door mij geplaatste spacers (afstandhouders) De achterkant van het moederbord mag namelijk niet in contact komen met de kast omdat dat kortsluiting geeft. Daarna de voeding in de kast, de SSD schijf en de gewone harde schijf. Het nam allemaal wat tijd in beslag dus ik besloot om alle kabeltjes en stekkertjes tot de volgende dag te bewaren. Ik had een paar weken terug de ventilatoren al in de kast aangebracht en een BluRay brander en kaartlezer geïnstalleerd dus alles was klaar om aan te sluiten. Ik kwam alleen nog een kabeltje voor het aansluiten van een harde schijf te kort.

Vrijdagmiddag was ik vroeg vrij, ben naar de stad Limerick gereden om het ontbrekende kabeltje te kopen en andere boodschappen te doen en heb na terugkomst in een uur tijd (met af en toe de handleiding erbij om de juiste aansluitpunten uit te vogelen) alles aangesloten waarna ik met knikkende knieën en bonkend hart de machine aanzette. Er gebeurde niets. Paniek. Oh shit, had ik dan toch wat fout gedaan? Gelukkig bleek dat niet het geval te zijn. Ierse wandcontactdozen hebben aan-en-uit schakelaars en ik was gewoon vergeten om de contactdoos aan te zetten. Schakelaar aan en zowaar, de machine startte op. De ventilatoren kwamen snorrend en spinnend tot leven, de lampjes brandden en het speakertje gaf een piepje. Daarna verscheen er een opstartscherm met de opdracht om de F2 toets in te drukken om het UEFI BIOS (de software van het moederbord) op te starten. Het BIOS scherm verscheen en ik zag dat alles werkte waarna ik jubelend Orla riep om het wonder te aanschouwen. Ik was zo trots als een pauw en Orla trok twee biertjes uit de koelkast zodat we op de succesvolle bouw konden proosten.

Sindsdien heb ik het druk gehad met het installeren van Windows en programma’s op de SSD, het instellen van de tweede  harde schijf als opslagruimte voor alle gegevens en het overhevelen van gegevens van de oude computer. Een van mijn vrienden heeft mijn zelfbouwcomputer Dolfinator gedoopt, hetgeen ik wel een leuke naam vind. Momenteel zit ik me er nog over te verbazen hoe snel en moeiteloos alles werkt en ben vooral heel erg trots op mezelf dat ik het gelapt heb. Ik heb er veel van geleerd, met als belangrijkste les dat je nooit te benauwd moet zijn om iets nieuws te proberen want wanneer je de tijd neemt en je er goed in verdiept, kom je een heel eind. Het smaakt naar meer. Ik heb het volgende project al in gedachten: het ombouwen van de oude computer tot een beter en sneller werkende machine, maar dat kan wel een tijdje wachten.

new-computer_parts_minus_graphics

Een aantal van de dozen met losse onderdelen. De grafische kaart ontbreekt in het plaatje. De doos was erg groot. De kastventilatoren staan er niet op. Die zitten al in de behuizing.

dolf_patijn_0115

De lege kast staat op de onderdelen te wachten.

20180517_183420

Het interne geheugen en de processor zijn op het moederbord (rechts) aangebracht. De processorkoeler (links onder) ligt te wachten om op de processor geplaatst te worden.

20180518_211809

Het BIOS scherm van de nieuwe computer. Het werkt.

Films.

Ik ben al sinds mijn jeugd een filmliefhebber. Mijn eerste, zeer gedenkwaardige filmervaring was Bambi die ik met mijn moeder zag. Ik was geloof ik 5 of 6 jaar oud. Een ander gedenkwaardig filmmoment was toen mijn oudste broer mij meenam naar Jaws. Ik was slechts 12 jaar. Ook de eerste drie Star Wars films zag ik toen ze in 1977, 1980 en 1983 uitkwamen in de bioscoop. Een ervan in de kleine bioscoop op Vlieland. Tijdens mijn tienerjaren was ik ook verzot op griezelfilms. De George A. Romero zombiefilms, The Exorcist (met de onvergetelijke muziek van Mike Oldfield), Halloween, de Hammer Horror Dracula films, Poltergeist, A Nightmare on Elm Street, The Changeling en ga zo maar door. Ik smulde ervan. Sommige zag ik in de bioscoop en andere later op video. Tegenwoordig kijk ik slechts een enkele keer een horrorfilm, waarbij de kwaliteit en originaliteit van het gebodene voorop staat want er wordt op dat gebied een hoop bagger gemaakt.

Ik ben wat films betreft altijd een alleseter geweest, maar wel steeds meer een fijnproever geworden binnen alle genres. Arthouse films, science fiction, fantasy, comedy, oorlogsfilms, kostuumdrama’s: het maakt me niet uit, zolang het van een redelijk goed niveau is wat betreft acteren, camerawerk, aankleding, effecten enz. Zo is de eerste Jaws film erg goed omdat je de haai eigenlijk maar heel weinig ziet. De muziek en de camerabeelden doen erg veel. De vervolgfilms mag je van mij vergeten want die halen het niet bij de eerste. De derde is ronduit slecht.

Er zijn een aantal films die ik meerdere keren heb gezien en die ik waarschijnlijk elke paar jaar weer uit de kast haal. Twister van Jan de Bont is zo’n film. Het is een geweldig gemaakte film over het jagen op tornado’s waarin een liefdesverhaal is verwerkt en de kameraadschap in het team aanstekelijk is. You’ve got mail is een romantische komedie met een Meg Ryan waar ik iedere keer weer verliefd op wordt en Tom Hanks in de hoofdrollen. Het is een echte feelgood film die ik af en toe uit de kast pak wanneer ik me een beetje mèh voel. Dan zijn er de Harry Potters die ik al meerdere keren heb gezien, de eerste Star Wars trilogie, de Die Hards, de Lord of the Rings films, Marry Poppins, Casablanca, films met Audrey Hepburn, The Longest Day en nog wat films die ik meerdere keren heb gezien of iedere paar jaar een keer uit de kast haal. Het herhaald kijken van dezelfde films is niet alleen het feest der herkenning. Vaak vallen je ook zaken op die je voorheen niet opmerkte.

Een speciale plaats nemen voor mij een aantal Italiaanse films in. Twee springen er vooral uit: Cinema Paradiso (1988) en Il Postino (1994). Dit zijn cinematografische juweeltjes van formaat waarvan ik enorm heb genoten en af en toe een traan heb moeten wegpinken.  Cinema Paradiso heeft als toegevoegde meerwaarde de sublieme filmmuziek van Ennio Morricone en de filmmuziek van Il Postino is ook erg mooi. Il Postino is tragisch omdat Massimo Troisi, de hoofdrolspeler die de film mede had geschreven en geregisseerd, de dag na de laatste filmdag aan een hartaanval overleed nadat hij een hartoperatie vanwege het filmen had uitgesteld.

In 2011 gingen we op vakantie naar Sicilië en huurden daar een auto. We hebben in een paar weken tijd heel wat van het eiland gezien en hebben natuurlijk de plekken bezocht waar Cinema Paradiso is gefilmd. Heilige grond, met als hoogtepunt de fontein op het plein in het dorp Palazzo Adriano, het plein waaraan de bioscoop lag (speciaal voor de film gebouwd, in de film afgebrand en na de film weer afgebroken). Op een straatmuur is een gedenkmozaïek te vinden maar voor de rest is het een gewoon dorp waarin men niet echt probeert om een slaatje te slaan uit het succes van de film. Dat is in Ierland bijvoorbeeld wel anders. Daar teert men in sommige stadjes en dorpen nog steeds op het succes van films uit de jaren 50.

Il Postino heb ik vorig jaar nog gekeken. Cinema Paradiso heb ik nu op Blu-Ray en zal ik waarschijnlijk deze winter wel weer uit de kast trekken. Puur genieten.

Dolf Patijn in Palazzo Adriano.

Dolf in Palazzo Adriano op het plein bij de fontein uit Cinema Paradiso.

20110609_dopa_sicily_2011_0073

Het gedenkmozaïek voor de film Cinema Paradiso in Palazzo Adriano