Mooi debuut.

Hier kom ik weg – Annette Maas.

Tijdens de boekenweek was ik weer een weekje in Nederland om naast mij aan de stad Groningen te laven, familie en vrienden in stad en provincie te bezoeken en mij in de boekenwinkels te laten verrassen door boeken die niet op mijn lijstje staan zoals het boek van Annette Maas.

Haar debuut “Hier kom ik weg” (hier kom ik vandaan) sprong allereerst in het oog door de mooie omslagillustratie van Paul de Bie en de titel die op mij Gronings overkwam. Dat bleek te kloppen want Annette Maas is opgegroeid in Winschoten en het boek bleek daar voor een deel over te gaan, hetgeen mijn nieuwsgierigheid als geëmigreerde Groninger natuurlijk prikkelde. Na even snel een paar regels gelezen te hebben vond ik het de moeite waard om dit boek aan te schaffen en ik heb het nu in twee zittingen uitgelezen.

Ik ben zelf geboren stadjer (geboren in de stad Groningen) en opgegroeid in Hoogezand-Sappemeer. Mijn ouders waren beiden geen Groningers, dus dat heb ik met de hoofdpersoon gemeen want de moeder van Simone komt uit Den Haag en de vader uit Limburg. Mijn vader kwam uit Rotterdam en mijn moeder uit Surhuisterveen in Friesland. Mijn vader had tijdens zijn lange verblijf in stad en provincie Groningen echter wel een behoorlijk Gronings accent opgedaan en gooide er af en toe ook wel wat Groningse kreten uit net als mijn moeder die daarnaast ook de Friese taal beheerste en dit met haar familie uit Friesland sprak. Bij ons thuis werd echter geen Gronings gesproken. Ook dat heb ik met de hoofdpersoon gemeen. Ik heb voor de Sociale Academie mijn lange derdejaarsstage in Winschoten gelopen in een huis voor kinderen met een verstandelijke beperking waarna ik er nog wat invalwerk heb gedaan. Ook kwam ik jaren voor die tijd vanwege een vriendinnetje een enkele keer in de discotheek Nightfever waar ik overigens geen zak aanvond. Ik voelde me meer thuis in bijvoorbeeld de Kar, Simplon en Vera in Groningen, maar ik ken Winschoten uit die tijd dus een beetje. Het enige dat ik niet met haar gemeen heb is dat ik me altijd in Groningen heb thuisgevoeld alhoewel ik wel naar Ierland ben geëmigreerd en daar inmiddels 17 jaar woon. Ik voel mij nog steeds Groninger en het Groninger landschap voelt nog steeds als thuis. Toch voel ik haar ontheemding ook wel wat want er is in de loop der jaren natuurlijk veel veranderd. Nederland in het algemeen begint steeds meer eenheidsworst te worden met dezelfde soort winkelcentra en nieuwbouw, doch dit terzijde.

De hoofdpersoon uit het boek, Simone, weet het allemaal niet meer. Ze zit niet zo lekker in haar vel, heeft gebrek aan zelfwaardering en gaandeweg komen we er achter dat dit voor een deel met haar jeugd en de verhouding met haar ouders, de verhouding tussen haar ouders onderling en onzekerheid over haar identiteit heeft te maken. Vooral de invloed van de figuurlijk en later letterlijk afwezige moeder blijkt. Het hier en nu met Simone’s onzekerheid wordt afgewisseld door jeugdherinneringen uit Winschoten en in het tweede deel van het boek gaat ze, met een opdracht,  terug naar de plaats waar haar jeugd plaatsvond. Ik zeg bewust plaatsvond want het is bijna of Simone er zelf vaak niet helemaal bij was en door de plaatselijke jeugd als buitenstaander wordt gezien. Toch is het landschap in haar genesteld en voelt ze het als een thuiskomen. Er volgen mooie landschapsbeschrijvingen en je voelt de liefde die de hoofdpersoon (en hoogstwaarschijnlijk ook de schrijver) voor het Oost-Groninger landschap heeft.

Met boeken kan het zijn als met kleding: soms zit het gewoon meteen lekker en dat had ik met dit boek. Het voelde meteen goed. Dat heeft veel te maken met de manier waarop Annette Maas schrijft. Het valt op dat ze wel veel korte zinnen gebruikt maar ze weet heel goed sfeer neer te zetten en dat vind ik het belangrijkst. Het is alsof je naar scenes uit een film zit te kijken. Ondanks dat Simone zich niet erg goed voelt wordt het boek nergens zwaar. Bo van Houwelingen van de Volkskrant vindt dat er meer humor in het boek moet. Wat een flauwekul. De humor is subtiel en soms verwerkt in een opmerking in het Gronings, maar misschien moet je Groninger zijn om dat te zien. Ik kon sommige Groningse zinnen in mijn hoofd horen en zat dan met een glimlach om mijn lippen.

Een perfect boek is het niet. Er zit een irritante slordigheid in die gemakkelijk te voorkomen was geweest als ze even had gecheckt. Ze gebruikt het woord tellenlikker voor mensen uit Winschoten wat tellerlikker moet zijn. Teller is een woord voor bord (ook in het Duits) en dus niet tellen. Ik irriteerde me ook aan de naam van de vriend van Simone die zwart haar heet en Raaf heet. Wat een irritante rotnaam. Die past meer bij een middelmatige fantasyroman. Maar goed, dat was haar keuze en mijn persoonlijke irritatie. Gelukkig kwam hij niet al te veel in het boek voor. Wat me opviel was dat een aantal van de brieven die Simone’s moeder heeft geschreven in het boek openbaar worden gemaakt terwijl ze aan het eind van het boek nog dicht zijn en Simone ze nooit heeft gelezen. Het is net of de moeder ze aan het schrijven is maar er is alleen de brief en de moeder komt verder daarvoor of daarna niet in beeld.

Naast wat slordigheden en (persoonlijke) kleine irritaties is het een prima boek en een mooi debuut dat ik met veel plezier heb gelezen. Een deel van dat plezier zit natuurlijk in mijn eerder genoemde persoonlijke achtergrond. Het feest der herkenning zullen we maar zeggen en ik ben benieuwd om te zien of andere lezers die geen persoonlijke band met Groningen hebben dit boek net zo kunnen waarderen. Schrijven kan ze, dus daar zal het niet aan liggen. Ik ben benieuwd naar haar volgende boek.

hier kom ik weg

Het boek met de mooie illustratie van Paul de Bie.

hotel Victoria

Het hotel waar Simone logeert wanneer ze weer terug naar Winschoten gaat.

Winschoten 't Pleintje

‘t Pleintje: de kroeg waar de tiener Simone op the Cure danste. Nu weer geopend als Het Pleintje.

De_kracht_van_het_woord.

Het is zondagochtend kwart over 6 en ik heb de katten al een paar keer van eten voorzien. Ik lig in bed te lezen met onze kattendame tevreden spinnend op het dekbed aan het voeteneinde. Zoals wel vaker gebeurt, zo vroeg op de zondagochtend, doezel ik wat weg tijdens het lezen. Het leuke van dit weer af en toe in slaap vallen is dat je soms dromend in het boek verdwijnt. Dit keer ben ik “Hier kom ik weg” van Annette Maas aan het lezen en is het niet het verhaal waarin ik verdwijn, maar een woord. Het woord is “fiene”; een woord dat ik al sinds mijn vroege jeugd niet meer heb gehoord en in het Gronings fijn zand betekent. Het woord brengt mij terug naar de zandbak van de kleuterschool in Hoogezand waar ik op mijn vijfde afscheid van nam en die lang geleden is afgebroken. Daarna volgen de herinneringen elkaar snel op. Mijn bal ligt weer in het kanaal aan de Beukemastraat met aan de overkant de strokartonfabriek waar mijn vader boekhouder is, ik zit op mijn rode fiets met brede banden en ben op weg naar de lagere school, ik speel met een vliegtuigje die je met een katapult de lucht in schiet in het plantsoen bij ons huis, ik sta met een bij de bouw gejatte plastic buis bij de vijver voor ons huis modder te steken en naar mijn zeilbootje in de vijver te zwiepen, ik gooi met een stok kastanjes uit de grote kastanjebomen naast het kerkhof, ik loop onze keuken binnen en ruik weer de zweetlucht die is blijven hangen nadat de bezorger van de Gruyter onze boodschappen heeft gebracht, ik zie de eierboer, een oud mannetje met een verweerde corduroy broek weer bij ons binnen komen, de zuivelwagen stopt weer voor de deur en mijn moeder stuurt mij er heen om een fles melk en een pakje boter te kopen.

Ik doezel nog wat na over hoe alles veranderd is. Mijn ouders zijn overleden, mijn ouderlijk huis is gedeeltelijk verbouwd en staat nu weer te koop, bossage in de plantsoenen is verdwenen, het kanaal is gedempt, de strokartonfabriek lang afgebroken om plaats te maken voor woningen waarbij de straatnamen nog aan het verleden herinneren; mijn broer woont aan de cartonbaan. Een paar weken geleden liep ik er nog rond, op bezoek bij familie en vrienden. Nu ben ik weer terug in mijn huis op het Ierse platteland maar heb net een bezoek aan het Hoogezand van mijn jeugd gebracht. Wat een enkel woord al niet teweeg kan brengen.

strokartonfabriek Hooites-Beukema crop

Strokartonfabriek Hooites-Beukema na het dempen van het kanaal, gezien vanaf de Beukemastraat.

Groningen_032015_0050

Mijn ouderlijk huis (wit) in Hoogezand.

Brief aan Erdoğan.

Beste meneer Erdoğan.

Ik ben Nederlander en alhoewel ik in Ierland woon, voel ik me nog zeer betrokken bij wat er in Nederland gebeurt, net als alle Turken in Nederland zich nog bij Turkije betrokken voelen. Als Nederlander wil ik even een aantal dingen voor u rechtzetten.

Allereerst: u noemt Nederland een bananenrepubliek. Nu zou ik u bijna denken dat u een grapje maakte maar volgens mij begrijpt u zelf niet wat u zegt. Nederland is een koninkrijk en ja, koningin Maxima komt uit Argentinië dus vandaar dat ik bijna dacht dat u een gevoel voor humor heeft omdat bananenrepublieken meestal met Zuid-Amerika worden geassocieerd. Volgens Wikipedia is een bananenrepubliek een populaire benaming voor een politiek instabiel, corrupt land dat vaak rijk is aan grondstoffen en waar staatsgrepen en revoluties aan de orde van de dag zijn. Tja, die oranjekliek van ons bestaat wel uit een stel profiteurs en belastingontduikers maar heeft verder nog weinig in de melk te brokkelen dus staatsgrepen hebben in Nederland al heel lang niet meer plaatsgevonden. In de regering hebben we welliswaar een ruziezoeker met een raar kapsel maar die roept naar de premier dat ie normaal moet doen en dan hebben we het wel gehad. Wanneer we echter naar Turkije kijken dan kunnen we zeggen dat er kort geleden nog behoorlijk stront aan de knikker was.

Een bananenrepubliek kent geen persvrijheid, mensen verdwijnen er zomaar of tegenstanders van het regime worden zomaar opgesloten vanwege een andere mening. Daar gaan we dus weer want in Turkije werden meer dan honderachtentwintigduizend mensen waaronder leraren, militairen en mensen uit allerlei andere beroepsgroepen waaronder academici, rechters en aanklagers ontslagen omdat ze niet in de smaak vielen bij de regering, 162 journalisten en ongeveer 94000 anderen gearresteerd vanwege hetzelfde feit. Een bananenrepubliek heeft meestal een dictator aan het hoofd en u bent hard op weg om met uw referendum nog meer macht naar u toe te trekken en vertoont al veel meer kenmerken van een dictator met wat u de laatste tijd allemaal heeft gedaan, zie bovenstaande. Je kunt dus stellen dat Turkije onder Erdoğan een bananenrepubliek is. Ere wie ere toekomt, nietwaar?

Ik kan rustig het Nederlandse koningshuis een kliek van profiteurs noemen zonder me daar druk over te maken. Dat mag namelijk in Nederland. Nederland is een democratie waar je, tot op zekere, vrij grote hoogte je mening mag uiten, grootgeworden door compromissen binnen het zogenaamde poldermodel. Je zou dus de bananen met oerhollandse zuivel kunnen vermengen en Nederland dan hooguit een bananenmilkshakekoninkrijk kunnen noemen vanwege de compromissen.

Er is nog iets anders wat mij van het hart moet. Inderdaad is Srebrenica niet het meest glorieuze moment in de Nederlandse militaire geschiedenis. De Nederlandse vredesmacht kon de Bosnische bevolking niet voldoende beschermen en de Bosnisch-Servische troepen hebben vervolgens waarschijnlijk 8.373 Bosnische moslimmannen gedood. Dat is verschrikkelijk maar het is erg misselijk om de geschiedenis te vervalsen en te zeggen dat de Nederlanders ze hebben afgeslacht en dus genocide hebben gepleegd. De Nederlanders hebben toegegeven dat het een vreselijke gebeurtenis was die voorkomen had moeten worden. De Turkse regering echter heeft nog steeds niet de Armeense genocide van 1915 toegegeven. Eerst de balk uit het eigen oog verwijderen voor je aan de splinter in iemand anders’ oog gaat zitten prutsen.

Dan is er nog het punt van het politieoptreden in Rotterdam. Hoe zou u het vinden wanneer een groep Nederlanders, misschien zelfs Wildersaanhangers in Ankara of Istanbul met de Turkse politie op de vuist zou gaan? Zou u dan niet hard ingrijpen en verwachten dat ze de regels van het land respecteren?

Het is erg jammer, meneer Erdoğan, dat u met uw AK partij nog steeds aan de macht bent, vooral gezien u de Turkse economie de afgelopen jaren flink om zeep hebt geholpen. Mustafa Kemal Atatürk heeft zo z’n best gedaan om van Turkije een moderne, seculiere staat te maken en draait zich waarschijnlijk in zijn graf om bij uw slecht geformuleerde en slecht geïnformeerde retoriek en uw machtspolitiek. Gaat u zich maar eens een flink potje zitten schamen en doe ons allemaal een lol en treed af om zo Turkije weer een betere toekomst te kunnen geven.

erdogan

Windturbines.

Een jaar geleden zag ik, op weg naar mijn werk, een kraan op een heuvel niet ver van ons huis. Er stond al een soort sokkel, het begin van een mast en ik wist meteen hoe laat het was. Er kwam een windturbine op de heuvel te staan. Dit bleek te kloppen en meteen na de eerste werd er een tweede gebouwd. Vanuit onze voortuin zijn ze ook te zien. Ik morde tegen mijn vriendin over horizonvervuiling en zij merkte terecht op dat het altijd nog beter was dan rokende schoorstenen. Een collega vertelde dat er misschien nog een stuk of vijf bijkwamen wat ik toch echt niet hoop want dan wordt het wel erg dringen op die heuvel.

Het was alsof de turbines doorhadden dat ik het niet eens was met hun verschijning want ze bleven de volgende maanden staan zonder ook maar enige beweging in de rotoren te laten zien. Langzamerhand raakte ik echter aan hun aanwezigheid gewend en ik moest toegeven dat ik het wel een mooi gezicht vond om ze tegen de avondhemel afgetekend te zien of met laaghangende bewolking die een deel van de mast aan het zicht onttrok. Wanneer ik er langs reed wierp ik er altijd een blik op en ze begonnen bij het landschap te horen. Ik verbaasde me wel over het feit dat ze niet werkten tot ik plots op een dag merkte dat de rotorbladen heel langzaam bewogen, als jonge vogels in een nest die de vleugels uitproberen voor ze echt gaan vliegen.

De daaropvolgende weken bleef ik langzame beweging zien maar verder gebeurde er niet veel, tot een week of zes geleden. Ineens zag ik ze op een middag volop, in perfecte harmonie draaien. Het was als een dans en bracht een glimlach op mijn lippen. De turbines waren tot leven gekomen en de afgelopen weken bleef ik op ze letten. Soms waren ze gevangen in laaghangende bewolking en zag ik de toppen van de rotorbladen er net bovenuit bewegen, wat er bijna surreëel uitzag, dan weer zag ik ze al draaiend scherp afgetekend tegen de wolkenloze hemel staan. Een week geleden reed ik er met mijn vriendin ’s avonds in het schemerdonker langs. Ik kon nog net de vormen en draaiende rotoren waarnemen maar wat vooral opviel was het twee paar rode ogen dat me vanaf de heuvel aankeek. “Het lijken verdomme net aliens” zei ik tegen mijn vriendin, die mij daar gelijk in gaf. Mijn vriendin reed en zodoende had ik nog wat langer de tijd om er naar te kijken. Terwijl ik keek leek het alsof een van de turbines naar mij knipoogde, alsof ze me wilden laten weten dat ze drommels goed wisten dat ze me voor zich hadden ingenomen. De logische verklaring is dat er waarschijnlijk een vogel langs vloog, misschien knipperde het lampje of misschien was het verbeelding, ik weet het niet. Af en toe kijk ik, wanneer ik er ’s avonds langs rijd maar tot nu toe hebben ze niet meer geknipoogd.

dolf_patijn_ballyneale_nov_dec_2016_0009

De twee windturbines gezien door een telelens vanaf mijn voortuin.

Ode aan de peer

Wij hebben vaak allerlei verschillende soorten fruit in huis maar van al dat fruit neemt de peer een speciale plaats in. Ik heb er min of meer een haat-liefde verhouding mee. Te vroeg gebeten en je hebt een harde, flauwe mond vol; te laat gebeten en je hebt een melige, weëe mond vol. Het is de kunst om het juiste moment te vinden waarbij de peer rijp is maar nog stevig genoeg zodat het zoete sap je smaakpapillen verwent en het vruchtvlees lichtkorrelig smeltend, (tenminste bij de Conférence peer) de binnenkant van je mond beroert. Het komt soms op een dag aan en je moet het dus goed in de gaten houden want een dag de fruitschaal vergeten en je bent te laat. Je kunt ze dan eventueel nog door een shake doen. Peren doen het sowieso goed als drankje. Ik hou niet van appelcider maar van peren kun je ook goed cider maken. De naam perencider is echter uit den boze bij de puristen dus noemde men het Perry. Het was lange tijd niet meer populair maar toen men het, ironisch genoeg, perencider ging noemen won het weer aan populariteit. De huidige commerciële versie is erg eenvormig en er is soms maisstroop aan toegevoegd. De bubbels zijn er ook kunstmatig ingestopt. Niet lekker. De ambachtelijke soort die je in Normandië soms nog in flessen met een kurk (net als Champagne) vindt is erg lekker. Het heet dan Poiré en wordt op de fles gegist waardoor het koolzuur ontstaat. Perry is al heel oud en werd door de Normandiërs naar Engeland gebracht. Ook in Zweden blijkt men eigen perenciders te produceren en het wordt ook populairder in Australië, Nieuw-Zeeland, Japan en Amerika.

Het lekkerst vind ik peren door een salade. Deze salade heb ik voor het eerst in Florence gegeten en maak het sinds die tijd thuis. Het is een erg simpele salade en zoals wel vaker: simpel is lekker. Je hebt rucola, liefst goed gerijpte pecorino, zoete peren, witte balsamico azijn en de beste olijfolie die je kunt vinden nodig. Rucola in de schaal, snij er de peer, met schil in stukjes door, schaaf er pecorino door, giet azijn en olie over en klaar is Kees. Het is een geniale salade. Rucola is bitter, peer is zoet, pecorino is zout, azijn is zuur en de olie brengt het samen.

Nu heb ik een beetje gelogen want het is eigenlijk een gelijkspel tussen peren in een salade en peren als toetje wat lekkerheid betreft. Peren met chocoladesaus, stoofpeertjes of een perentaart: het is allemaal lekker.

Ik heb een donkerbruin vermoeden dat de boom in het bijbels paradijs van origine een perenboom was en geen appelboom. Want zeg nu zelf, een peer ziet er toch veel verleidelijker en lichamelijker uit dan een appel?  Niet voor niets heeft men het bij vrouwenfiguren onder andere over peervorm. Het was waarschijnlijk een peer met de rode blosjes, de smaak van Doyenne Du Comice en de vorm van de Conférence peer die aan de boom van goed en kwaad hing. Volgens mij is het later door de seksueel gestoorde kerkvaders gecensureerd om het erotische element van de peer er uit te halen en te vervangen door de a-seksuele appel. Het kan natuurlijk ook zijn dat ze het op een dealtje met de appeltelers en ciderproducenten hebben gegooid om de appel een meer verboden en sexy imago te geven. Daar zie ik ze wel voor aan. Hoog tijd voor een rectificatie. De lezers van mijn blog zijn inmiddels op de hoogte.

poire-demi-sec-pierre-huet

In training.

Negen uur vanochtend, het kattenluikje klappert, Charlie onze kater komt binnen. Ik ben net weer wat ingedut na vanaf 6 uur er een paar keer uit te zijn geweest om de katten eten te geven en een tijd in bed gelezen te hebben. Te laat hoor ik dat zijn miauwgroet wat gemoffeld klinkt. Hij is al in de slaapkamer en laat een vrij grote muis los waar nog heel veel leven in zit. Ik spring uit bed en haal tuinhandschoenen die voor deze gelegenheden al klaar liggen uit de hal: muizentanden zijn scherp. De muis is intussen waarschijnlijk onder het bed verdwenen. Charlie bedoelt het goed. Hij wil ons leren jagen. Op handen en voeten kruip ik om het bed heen en hoor ineens in een hoek wat geritsel. Tina, onze kattendame is er inmiddels ook bij gekomen en heeft de oren gespitst. Ik lig met mijn hoofd dicht bij de grond te luisteren en Charlie zit al spinnend naast me, met zijn kop vlak bij mijn hoofd. Hij vindt het wel fijn zo, samen op jacht. Ineens gaat Tina naar een plek iets verder op en begint tussen een paar zakken met oude truien die onder het bed liggen te klauwen. Waarschijnlijk heeft ze de muis opgeschrikt want ineens rent Charlie naar de andere kant, grijpt iets en rent de gang in om vervolgens via het kattenluikje naar buiten te rennen. Wanneer ik de achterdeur bereik, zie ik door het glas Charlie zitten kauwen. Dat was dan de muis.

Kwart over 5 vanmiddag. Charlie komt weer met een luide, ietwat gemoffelde miauw binnen en ja hoor, weer een levende muis. Dit keer ben ik snel en kan het beestje, voordat het uit de versuffing bijkomt bij de staart pakken en in veiligheid tillen. snel een handschoen gepakt zodat ik het diertje iets meer comfort kan geven. De voordeur open en naar buiten naar de heg en de muis daar losgelaten. Charlie zit een tijdje later met een iets meewarige blik naar mij te kijken. Ja, sorry jongen, ik had geen zin om weer samen in huis op die muis te jagen. Charlie verdwijnt weer naar buiten om twintig minuten later weer door het kattenluikje naar binnen te komen. Ik sta al op scherp maar deze keer komt ie met zijn typerende i, i, als groet de keuken in, zonder muis. Hij houdt het waarschijnlijk vandaag voor gezien. Het is moeilijk om mensen kattenmanieren bij te brengen.

dolf_patijn_feline_12082016_0195

Charlie, onze kater.

Hoge nood.

Ik heb in het commentaar op een blog van een medeblogger en boekenvriend beweerd dat ik een sterke blaas heb en daar heb ik niet over gelogen. Het deed me echter terugdenken aan een incident dat bewijst dat zelfs de sterkste blaas een breekpunt heeft.

Ik studeerde in Groningen maar woonde in Hoogezand omdat ik daar een flat met drie slaapkamers voor dezelfde prijs als een lullig studentenkamertje in de stad kon huren. Het was laat in de middag en ik had net een paar gezellige uurtjes in een Grand Café doorgebracht met het drinken van witbier en zat nu in de bus naar Hoogezand. Ik was echter vergeten om nog even het toilet te bezoeken en halverwege de rit begon mijn blaas toch echt wel te protesteren tegen die twee liter bier. Tot overmaat van ramp was er een dame naast me komen zitten die ik vaag kende en die een heel verhaal zat op te steken waar ik me niet op kon concentreren om dat ik al mijn aandacht nodig had bij mijn bijna knappende blaas die iedere oneffenheid in de weg met een steek begeleidde. We waren bijna in Hoogezand toen de dame naast mij een pakje foto’s tevoorschijn haalde. Het bleken vakantiefoto’s te zijn. Ze was met een stel vriendinnen in Spanje geweest. Nu stonden de leuk uitziende dames op veel van de foto’s in bikini en dat leidde de aandacht toch wel wat af, zoveel zelfs dat ze op een gegeven moment tegen mij zei “volgens mij heb je net je halte gemist”. Dat was inderdaad het geval hetgeen betekende dat ik nog een eind verder moest lopen. Tegen een boom gaan staan of een tuintje inschieten zat er bij vol daglicht niet in en het was bovendien te druk op straat. Ik spoedde mij dus zo snel mogelijk naar mijn flatje terwijl de blaaskramp me bijna krom deed lopen. Halverwege ging ik zelfs even met mijn benen over elkaar op een bankje zitten omdat het er anders zo uitgestroomd was. Toen het zaakje weer wat was bedaard liep ik verder en het ging vanaf dat moment vrij goed. Ik zag het flatgebouw al en haalde mijn sleutelbos te voorschijn. Ik deed de portiekdeur van het slot en met twee treden tegelijk liep ik de trappen op naar de derde en bovenste verdieping. De voordeur zat op het nachtslot waardoor de sleutel een aantal keren moest worden rondgedraaid, maar al op en neer springend wist ik ook dit te redden. Ik strompelde over mijn eigen benen de deur binnen en die schok was net iets teveel voor mijn arme blaas. De wc heb ik niet meer gehaald.

Men zegt dat je van ervaringen wijzer wordt maar voor mij gaat dat niet altijd op. In 2002, toen ik inmiddels twee jaar in Ierland woonde, speelde ik Ierse traditionele muziek in een rambling house groep, een soort theatergroep met muzikanten, verhalenvertellers en dansers. We waren een week lang op tournee in Engeland en logeerden een paar nachten in Birmingham. Overdag waren we vrij en terwijl de meesten na het ontbijt weer een tijd op bed gingen liggen, besloot ik om de binnenstad in te gaan. Ik was de koning te rijk omdat ik overal koffiegelegenheden zag. De eerste twee dubbele espresso’s, vergezeld van een glas water, had ik dus al snel achterover geslagen. Het was een uur of 11. Twee uur later was het lunchtijd. Ik had twee medespelers ontmoet en we gingen met z’n drieën lunchen, waarbij ik weer twee dubbele espresso’s en een groot glas water dronk. Na nog even naar het toilet te zijn geweest (ja, ik was niet gek) voor een plasje, ging ik weer verder winkelen. Om een uur of drie besloot ik weer een cafe binnen te gaan voor nog een lekker bakje. Ik zat voor het raam en zag een medespeelster, een leuke meid waar ik stiekem een klein beetje verliefd op was, aan komen lopen. Ik tikte tegen het raam en zij vergezelde me voor een kopje thee en een gebakje. Ze vertelde me dat de andere twee haar al hadden verteld dat ik zulke sterke koffie dronk en ze zat met respect te kijken naar hoe ik een tweede dubbele espresso achterover sloeg. We besloten daarna om samen terug naar het hotel te lopen. Onderweg begonnen mijn ingewanden echter nogal op te spelen. Iemand zei ooit dat koffie de schoenlepel van zijn darmen was. Nou, zo stel ik mij dus ongeveer voor hoe het voelt als iemand met een schoenlepel in je darmen zit te wroeten. Man, wat moest ik poepen. Ik zette er nogal de pas in en mijn metgezellin moest moeite doen om me bij te houden. Echt leuk gezelschap was ik op dat moment niet en ik wilde haar niet vertellen wat er aan schortte om zodoende niet mijn reputatie als stoere koffiedrinker te verspelen. Het kostte me de grootste moeite om rechtop te blijven lopen, zo verkrampt voelden mijn darmen. Het waren de langste kilometers van mijn leven. Ik haalde deze keer het toilet gelukkig wel en kon daarna weer opgelucht gezellig doen. Toen ik een uur later Orla belde om nog even te kletsen voor dat we naar het theater moesten, vroeg ze zich af waarom ik zo druk was. Ach ja, zes dubbele espresso’s hebben toch wel enig effect, en niet alleen op de darmen. De volgende dag reisden we door naar Londen om daar in Cricklewood in de Galtymore te spelen en ook in Londen waren er genoeg koffiegelegenheden maar ik heb het toen toch maar iets rustiger aan gedaan.

rambling-house-2002-england-tour-01-small

Dolf speelt op de bodhrán (Ierse trom) tijdens de Engelse tournee van de Rambling House show 2002. Het podium is ingericht als een ouderwetse Ierse keuken.