Zondagochtend.

Het is kwart voor 8 ’s ochtends en nog pikkedonker. Aan straatverlichting doen ze hier op het Ierse platteland gelukkig niet dus wanneer het donker is, dan is het ook echt donker. Buiten giert de wind om het huis en slaat af en toe de regen tegen de ruiten. Vanaf een uur of 6 ben ik al op om met tussenpozen met mijn beide katten te spelen. Vooral Charlie, onze kater, moet veel energie kwijt nu hij met dit slechte weer maar korte tijd naar buiten gaat. Met rustiger weer is hij soms een paar uur weg. Het heeft een groot deel van de nacht gespookt maar gelukkig zal de wind nu snel gaan liggen. Dan steek ik de allesbrander in de zitkamer aan en krul ik me op de bank met een fleecedeken over me heen, een grote mok geurige thee met winterkruiden voor m’n neus en een boek. Ik moet alleen nog even beslissen wat ik ga lezen, want ik heb gisteren net een boek uitgelezen en heb gisteravond wat korte stukjes van Martin Bril gelezen om uit de stemming van het boek te komen. Ik denk dat ik nu maar weer eens een boek op mijn e-reader ga lezen. De vorige twee waren op papier. Vrije geluiden er bij aan om daarna het programma boeken te kunnen kijken. Ach, zo kom ik de zondagochtend wel door.

Advertisements

Herfstochtend.

Met een geurende kop koffie in mijn hand kijk ik door het keukenraam. Het is nog vroeg. De ochtend sluipt de achtertuin binnen en maakt een voor een de kleuren wakker: eerst het felle blauw van de droogmolenlijnen, dan de gele bloemen in een struik, het harde groen van de tuinslang en de koperrode en roestbruine kleuren van de beukenheg. Het is een mooie herfstochtend met nog geen zuchtje wind. Onze twee katten zijn, na het eerste ontbijt, weer naar buiten. Ik zie Charlie, onze rood met witte kater het eerst. Behoedzaam baant hij zich een weg door het hoge gras in een verwilderd gedeelte van onze tuin. Even later zie ik Tina, onze tortieshell dame ook. Zij valt bijna niet op met haar zwart met rode accenten tegen de donkere heg. De tuin zal straks in hun vacht te ruiken zijn. De zon klimt hoger en de dauw op de spinnewebben en het gras glinstert. Het is zondagochtend.  Straks nestel ik mij op de bank met mijn boek, maar nu geniet ik nog even van het uitzicht over de verstilde tuin die baadt in het zachte ochtendlicht.

Geborgenheid.

Wij hebben kasten vol boeken en hetzelfde geldt voor platen, cd’s, en films. Soms vraag ik me af of ik ze werkelijk allemaal moet houden. Een aantal thrillers heb ik inmiddels weggedaan nadat ik ze als e-boek heb gedownload. Dat verzachtte de pijn want alhoewel ik ze waarschijnlijk niet herlees, heb ik ze toch nog, welliswaar in digitale vorm, in bezit. Van mijn boeken zijn er een aantal die ik meerdere malen herlezen heb. The Hobbit en The Lord of the Rings sinds mijn zeventiende jaar al een keer of zeven. De Harry Potter serie heb ik inmiddels drie keer gelezen en een aantal literaire werken van Nederlandse en buitenlandse schrijvers heb ik ook herlezen. Er zijn echter zoveel boeken die ik nog wil lezen dat ik aan herlezen niet vaak toekom. Met films en tv-series ligt dat iets anders. Ze zijn korter waardoor ik er gemakkelijker tijd voor vrij maak. Rond de kerst houd ik vaak een filmmatinee omdat het aanbod op tv me vaak niet aanspreekt. Het ene jaar kijk ik de hele Lord of the Rings filmserie en het andere jaar bijvoorbeeld de originele Star Wars serie of een aantal Die Hard films. Lekker verstand op nul en ontspannen kijken. Een aantal films die ik regelmatig kijk zijn mijn warme deken; mijn mentale opkikkertje. Deze films kijk ik wanneer ik me geborgen wil voelen, na bijvoorbeeld een stressvolle periode. Daar zitten wat meer verheven fims tussen als Cinema Paradiso en Il Postino maar ook de luchtigere High Fidelity, You’ve got mail en Twister, die ik inmiddels ook een keer of 7 heb gezien. Het is vooral de kameraadschap die me in Twister aanspreekt.

Als kind wilde ik dat mijn moeder het verhaal “De grote boze tovenaar” uit de bundel Zonnestralen steeds weer voorlas tot ze er waarschijnlijk helemaal zat van was en stukken begon over te slaan. Daar wees ik haar dan echter op, zo goed kende ik het verhaal. Het is gebleken dat voor kinderen het herhaaldelijk lezen van hetzelfde verhaal een belangrijke functie heeft voor het gemakkelijker leren van woorden en het begrijpen van de opbouw van een verhaal maar daarnaast heeft het ook een geruststellende functie en het is dit laatste dat volwassenen af en toe ook nodig hebben. Mensen zijn gewoontedieren. Religieuze mensen herhalen dezelfde rituelen soms wekelijks in hun kerk en in tijden van nood stromen de kerken weer vol met mensen die er anders misschien nooit meer kwamen. Zij grijpen terug op wat ze vanuit hun veilige jeugd gewend zijn. Sporters die zich voorbereiden op een wedstrijd bouwen soms een volgorde van handelen in als een ritueel en ga zo maar door.

Wanneer ik me gespannen voel is zelfs het staan voor een van mijn boekenkasten en het lezen van de titels op de ruggen en misschien hier en daar een boek er uit pakken om een paar zinnen te lezen, genoeg om mij weer tot rust te brengen. Het lezen van de filmtitels en het herinneren van de mooie momenten tijdens het kijken, de platenhoezen, de cd’s die ik af en toe misschien nog eens draai: het is allemaal deel van mijn vertrouwde wereld. Dus nee, al die boeken, platen, cd’s en films gaan zeker niet de deur uit want zelfs op de planken vervullen ze een functie.

De Koperen Tuin.

De koperen Tuin – Simon Vestdijk.

Nol, wat ben je toch een ongelofelijke lulhannes. Aan het eind van het boek, wanneer je eindelijk de kans krijgt om Trix voor je te winnen, vertel je haar dat je met haar wilt trouwen om de gemeenschap een lesje in fatsoen te geven. Je ziet het al helemaal voor je; de afkeurende blikken van de gegoede burgers en jouw opgeheven hoofd omdat je het juiste hebt gedaan. Trix probeert het nog een keer. Wanhopig vraagt ze je gedurende de nacht bij haar te blijven, niet als oneerbaar voorstel, maar als bescherming tegen de demonen die haar vooral ’s ochtends, wanneer ze wakker wordt plagen. Maar nee, jij wilt laten zien dat je anders bent dan die andere kerels en wijst het voorstel af omdat je niet wilt dat de gemeenschap denkt dat je al met haar geslapen hebt en dat het trouwen een moetertje is. Je wilt als een heilige het huwelijk ingaan. De arme Trix heeft geprobeerd zelfstandig een bestaan bij elkaar te schrapen maar haar trots wordt door haar werkgever verkeerd uitgelegd waardoor ze fooien misloopt. Ze is aangewezen op de financiële steun van de gegoede “heer” Vellinga, die haar heeft gechanteerd met een nacht waarin zij door hem is bedwelmt en hij haar heeft misbruikt, iets waartegen haar vader haar niet beschermt heeft omdat hij die nacht, terwijl hij aanwezig was, in slaap viel door overmatig drankgebruik. Het lijkt erop dat alle mannen er alleen maar op uit zijn om haar te gebruiken. Ze had al haar hoop op jou gevestigd. Ze wilde dat je bij haar bleef om en ondanks wie ze was, uit liefde en uit respect voor haar drang naar zelfstandigheid. Haar vader had al zijn geld verzopen en haar daarna verraden door haar aan een man uit te leveren die ze niet kon uitstaan. Haar vader, de man die jij bewonderde, waar jij honderd gulden voor had ingezameld om hem weer uit de goot te trekken. Het was nog een reden voor jou om met Trix te trouwen; ter nagedachtenis aan Cuperus en daardoor een extra slag in het gezicht van Trix. Nee, echt houden van Trix deed je niet. Je wilde het beeld van haar vasthouden zoals ze met je danste toen je vijf was en zij 9. Toen ze nog van haar vader hield en hem al vechtend verdedigde wanneer hij weer over de tong ging. Je wilt tegen je eigen vader ingaan door met een meisje van lagere stand te trouwen. Je was ook al medicijnen gaan studeren in plaats van rechten, zoals je broer die hij veel meer aandacht gaf. Cuperus werd voor jou de vaderfiguur en het is hem die je bij je wilt houden, niet Trix. Je ziet het huwelijk al voor je. Je schenkt haar een kinderschaar en gaat je dan net als Cuperus zitten bezuipen, al ruzieënd met je vrouw waarvoor je toch een diepe genegenheid hebt. Op die manier worden jullie dan oud en wanneer zij dan als eerste sterft zul jij een ontroerende grafrede houden. Je wilt een tweede Cuperus worden door met zijn dochter te trouwen. Bah.

Zo, dat is er uit. Nee, genegenheid heb ik tijdens het lezen niet kunnen opbrengen voor Nol. Wel begrip, want Nol is natuurlijk, net als de anderen in het boek, een kind van de tijd en een voortbrengsel van zijn sociale klasse. Dat is niet om zijn gedrag goed te praten maar puur als observatie.

De Koperen Tuin heet een van Vestdijk’s beste boeken te zijn. Er komen naast het dramatische liefdesverhaal tussen Nol en Trix, vele thema’s in voort zoals moederliefde, liefde voor de muziek en rivaliteit. Het is een zedenschets waarin de dubbele moraal van de hogere klassen wordt getoond, waarin drankzucht tot ondergang leidt en waarin beslissingen worden genomen omdat men vindt dat het nu eenmaal zo hoort. Er komt veel symboliek in voor: de tuin die eerst goudgekleurd, dan koper en als laatste zilver is; de bal die in het begin wordt teruggegooid als een handreiking naar het competitieve spel dat hij ook ergens bewondert om aan het eind van het boek in stukken gereten weer terug te worden gevonden. Het in slaap vallen van de vader en de weigering van Nol om de nacht bij haar te waken kan symbolish worden uitgelegd met een link naar de bijbel waar het de discipelen in de hof van Gethsemané niet lukte om wakker te blijven en Jezus steun te bieden. Vestdijk geeft hier zelf aanleiding toe door Nol te laten zeggen “maar wat zij vroeg was alleen: waak met mij,éen uur; en ik ben naar de juristen teruggegaan de farizeeërs en schriftgeleerden”.

De tuin zelf kan dan als een paradijs worden uitgelegd: een paradijs waarin het tijdens het begin van het verhaal geweldig is. De kleur is goud. Nol maakt zich los van de kinderschaar waarmee hij eerst speelde en ontdekt de muziek waarna hij komt te dansen met de vier jaar oudere Trix. De tuin is nu koper. Hij is iets van zijn onschuld kwijt. Verder in het boek geurt de tuin naar verrotting en is de kleur zilver geworden. De bijna nieuwe maan wordt er nog bijgehaald met als betekenis het einde. Alle onschuld is verdwenen. Nol verlangt steeds terug naar de Koperen Tuin waarin hij de muziek ontdekte, met Trix danste en waarin zijn moeder ook als mooie jonge vrouw aanwezig is en waarin de onschuld nog aanwezig is. Het bijna tegelijkertijd verliezen van de beide vrouwen in zijn leven is natuurlijk ook tekenend. Dat Vestdijk Nol medicijnen laat studeren is natuurlijk ook geen toeval. Vestdijk studeerde zelf medicijnen.

De muziek speelt in het boek een grote rol. Nol blijkt erg ontvankelijk voor de muziek, vooral wanneer de muziek door Cuperus wordt gespeeld. De opera Carmen speelt in het middengedeelte een hoofdrol. Het is een tragisch liefdesverhaal, net als het verhaal van Trix en Nol. Ook is Carmen een vechtende vrouw. Daarbij wordt de ondergang van Trix in gang gezet door de opvoering van Carmen.

Er zijn veel meer zaken in het boek symbolisch uit te leggen maar de vraag is of het allemaal door Vestdijk wel symbolisch is bedoeld en of het nodig is. Ook zonder er teveel achter te zoeken is het boek mooi. Ik weet dat anderen, zoals Hella Haasse, het een en ander over De Koperen Tuin hebben geschreven, maar naar mijn weten heeft hij zich er zelf nooit over uitgelaten. Maarten ’t Hart schreef dat hij dacht dat Vestdijk er misschien op zinspeelde dat Cuperus zelf zijn dochter misbruikt heeft. Dat denk ik echter niet. Naar mijn mening was Trix vooral erg kwaad over het feit dat zij als kind haar vader altijd verdedigd heeft maar dat, toen het er op aan kwam, hij er niet voor haar was. Ze voelde zich door hem verraden en uitgeleverd.

Iets wat mij opviel is dat de buitenwereld niet in het verhaal doordringt. In het begin is er sprake van rijtuigen. De telefoon komt er in voor. Het is duidelijk dat het verhaal zich afspeelt in het begin van de 20e eeuw, een roerige tijd waarin bijvoorbeeld de Eerste Wereldoorlog plaatsvindt. Nederland was welliswaar neutraal maar het was toch onrustig met de mobilisatie, vluchtelingen uit België en veranderende politieke situaties. Het moet de gemoederen toch hebben beziggehouden. Niets van dit alles dringt in het verhaal door.

Ooit heb ik dit werk voor mijn lijst gelezen, waarna ik het jaren later nog eens voor mijn plezier heb gelezen. Deze keer las ik het met een aantal mensen van een Facebookpagina en het herlezen was een feest. Al met al is dit een mooi verhaal dat ook in deze tijd nog zeer leesbaar is, al zal het waarschijnlijk een jonger publiek vanwege het ietwat gedateerde taalgebruik niet erg aanspreken. Persoonlijk geef ik de voorkeur aan Terug tot Ina Damman en Ierse Nachten.

De koperen Tuin

Boekengymnastiek.

Als fotograaf ben ik gericht op beeld. Daarbij let ik automatisch op lichtval en compositie. Het probleem is dat we in de tegenwoordige wereld worden overvoerd met beelden, zowel stilstaand als bewegend. Hapklare brokken visuele stimuli. Het is alsof je iedere dag een aantal keren in een visuele McDonalds zit. Dat ongefilterd innemen van beelden kan dodend zijn voor de creativiteit. Het af en toe de natuur in trekken of een lange strandwandeling maken helpt om weer rust in het hoofd te creëren. Je krijgt nog steeds beelden voorgeschoteld maar je bepaalt zelf het tempo en het ritme. Het lezen van boeken is voor mij om die reden net zo belangrijk. Tijdens het lezen dwing ik mijn hersenen om woorden om te zetten in beeld. Het prikkelt de verbeelding en is een vorm van hersengymnastiek om de denkbeeldige vetrolletjes er weer af te werken die zich door lui beeldconsumeren hebben gevormd.

Nu ben ik in een tijd opgegroeid zonder internet, mobiele telefoons en veel televisiezenders. Voor mij is het dus waarschijnlijk iets gemakkelijker om aan de beeldterreur te ontsnappen. Ik word dan ook helemaal blij wanneer ik jongeren hoor zeggen dat ze graag boeken lezen want het moet moeilijk zijn wanneer je zo gewend bent aan de snelheid en hoeveelheid van beelden om hier afstand van te nemen. Af en toe hoorde ik iemand zeggen dat ze het boek niet hoeven te lezen omdat ze de film wel gaan zien. Jammer want het zien van een film is slechts de interpretatie van een ander en het lezen van een boek is zo’n mooie, intieme belevenis. Jij alleen in het hoofd van de schrijver terwijl je het verhaal in je eigen hoofd in beelden omzet. Intiemer kan bijna niet. Lezen stimuleert de creativiteit, niet alleen omdat het je eigen beelden laat vormen maar ook geuren en kleuren laat oproepen, herinneringen terughaalt, associaties en emoties oproept waar je brein moeite voor moet doen om ze uit verborgen krochten op te diepen waar ze zich door de jaren heen in hebben genesteld als ervaringen die je al levend hebt vergaard. Daardoor verstoft de boel daarbinnen ook niet. Je zet als het ware even een paar ramen open om je schedelinhoud te luchten. Dus lees. Goed tegen kopmufheid en denkbeeldige vetrolletjes.

orange-brain-lifting-weights

Wondere Wereld.

Chriet Titulaer RIP.

Gisteren hoorde ik dat Chriet Titulaer is overleden. De Limburger die met zijn ringbaardje meer bij de Amerikaanse Amish leek thuis te horen dan in een tv-programma over wetenschap, was een sterrenkundige die in de jaren tachtig het populair wetenschappelijke Tros programma “Wondere Wereld” presenteerde en daarin technologische ontwikkelingen liet zien waar hij regelmatig voorspellingen over deed die jaren later uitkwamen. Hij was met zijn programma mede de reden waarom ik regelmatig het blad Kijk kocht. Het programma duurde slechts een minuut of 20, kort maar krachtig, daarmee was hij zijn tijd ook vooruit. Naast wetenschappelijke ontdekkingen en nieuwe technologie kwamen soms de vreemdste uitvindingen in zijn programma voorbij. Op YouTube zijn filmpjes van het Tros programma te vinden die erg leuk zijn om terug te zien. Wat heeft de technologie sindsdien een vlucht genomen. Chriet Titulaer is 73 jaar geworden.

Mooi debuut.

Hier kom ik weg – Annette Maas.

Tijdens de boekenweek was ik weer een weekje in Nederland om naast mij aan de stad Groningen te laven, familie en vrienden in stad en provincie te bezoeken en mij in de boekenwinkels te laten verrassen door boeken die niet op mijn lijstje staan zoals het boek van Annette Maas.

Haar debuut “Hier kom ik weg” (hier kom ik vandaan) sprong allereerst in het oog door de mooie omslagillustratie van Paul de Bie en de titel die op mij Gronings overkwam. Dat bleek te kloppen want Annette Maas is opgegroeid in Winschoten en het boek bleek daar voor een deel over te gaan, hetgeen mijn nieuwsgierigheid als geëmigreerde Groninger natuurlijk prikkelde. Na even snel een paar regels gelezen te hebben vond ik het de moeite waard om dit boek aan te schaffen en ik heb het nu in twee zittingen uitgelezen.

Ik ben zelf geboren stadjer (geboren in de stad Groningen) en opgegroeid in Hoogezand-Sappemeer. Mijn ouders waren beiden geen Groningers, dus dat heb ik met de hoofdpersoon gemeen want de moeder van Simone komt uit Den Haag en de vader uit Limburg. Mijn vader kwam uit Rotterdam en mijn moeder uit Surhuisterveen in Friesland. Mijn vader had tijdens zijn lange verblijf in stad en provincie Groningen echter wel een behoorlijk Gronings accent opgedaan en gooide er af en toe ook wel wat Groningse kreten uit net als mijn moeder die daarnaast ook de Friese taal beheerste en dit met haar familie uit Friesland sprak. Bij ons thuis werd echter geen Gronings gesproken. Ook dat heb ik met de hoofdpersoon gemeen. Ik heb voor de Sociale Academie mijn lange derdejaarsstage in Winschoten gelopen in een huis voor kinderen met een verstandelijke beperking waarna ik er nog wat invalwerk heb gedaan. Ook kwam ik jaren voor die tijd vanwege een vriendinnetje een enkele keer in de discotheek Nightfever waar ik overigens geen zak aanvond. Ik voelde me meer thuis in bijvoorbeeld de Kar, Simplon en Vera in Groningen, maar ik ken Winschoten uit die tijd dus een beetje. Het enige dat ik niet met haar gemeen heb is dat ik me altijd in Groningen heb thuisgevoeld alhoewel ik wel naar Ierland ben geëmigreerd en daar inmiddels 17 jaar woon. Ik voel mij nog steeds Groninger en het Groninger landschap voelt nog steeds als thuis. Toch voel ik haar ontheemding ook wel wat want er is in de loop der jaren natuurlijk veel veranderd. Nederland in het algemeen begint steeds meer eenheidsworst te worden met dezelfde soort winkelcentra en nieuwbouw, doch dit terzijde.

De hoofdpersoon uit het boek, Simone, weet het allemaal niet meer. Ze zit niet zo lekker in haar vel, heeft gebrek aan zelfwaardering en gaandeweg komen we er achter dat dit voor een deel met haar jeugd en de verhouding met haar ouders, de verhouding tussen haar ouders onderling en onzekerheid over haar identiteit heeft te maken. Vooral de invloed van de figuurlijk en later letterlijk afwezige moeder blijkt. Het hier en nu met Simone’s onzekerheid wordt afgewisseld door jeugdherinneringen uit Winschoten en in het tweede deel van het boek gaat ze, met een opdracht,  terug naar de plaats waar haar jeugd plaatsvond. Ik zeg bewust plaatsvond want het is bijna of Simone er zelf vaak niet helemaal bij was en door de plaatselijke jeugd als buitenstaander wordt gezien. Toch is het landschap in haar genesteld en voelt ze het als een thuiskomen. Er volgen mooie landschapsbeschrijvingen en je voelt de liefde die de hoofdpersoon (en hoogstwaarschijnlijk ook de schrijver) voor het Oost-Groninger landschap heeft.

Met boeken kan het zijn als met kleding: soms zit het gewoon meteen lekker en dat had ik met dit boek. Het voelde meteen goed. Dat heeft veel te maken met de manier waarop Annette Maas schrijft. Het valt op dat ze wel veel korte zinnen gebruikt maar ze weet heel goed sfeer neer te zetten en dat vind ik het belangrijkst. Het is alsof je naar scenes uit een film zit te kijken. Ondanks dat Simone zich niet erg goed voelt wordt het boek nergens zwaar. Bo van Houwelingen van de Volkskrant vindt dat er meer humor in het boek moet. Wat een flauwekul. De humor is subtiel en soms verwerkt in een opmerking in het Gronings, maar misschien moet je Groninger zijn om dat te zien. Ik kon sommige Groningse zinnen in mijn hoofd horen en zat dan met een glimlach om mijn lippen.

Een perfect boek is het niet. Er zit een irritante slordigheid in die gemakkelijk te voorkomen was geweest als ze even had gecheckt. Ze gebruikt het woord tellenlikker voor mensen uit Winschoten wat tellerlikker moet zijn. Teller is een woord voor bord (ook in het Duits) en dus niet tellen. Ik irriteerde me ook aan de naam van de vriend van Simone die zwart haar heet en Raaf heet. Wat een irritante rotnaam. Die past meer bij een middelmatige fantasyroman. Maar goed, dat was haar keuze en mijn persoonlijke irritatie. Gelukkig kwam hij niet al te veel in het boek voor. Wat me opviel was dat een aantal van de brieven die Simone’s moeder heeft geschreven in het boek openbaar worden gemaakt terwijl ze aan het eind van het boek nog dicht zijn en Simone ze nooit heeft gelezen. Het is net of de moeder ze aan het schrijven is maar er is alleen de brief en de moeder komt verder daarvoor of daarna niet in beeld.

Naast wat slordigheden en (persoonlijke) kleine irritaties is het een prima boek en een mooi debuut dat ik met veel plezier heb gelezen. Een deel van dat plezier zit natuurlijk in mijn eerder genoemde persoonlijke achtergrond. Het feest der herkenning zullen we maar zeggen en ik ben benieuwd om te zien of andere lezers die geen persoonlijke band met Groningen hebben dit boek net zo kunnen waarderen. Schrijven kan ze, dus daar zal het niet aan liggen. Ik ben benieuwd naar haar volgende boek.

hier kom ik weg

Het boek met de mooie illustratie van Paul de Bie.

hotel Victoria

Het hotel waar Simone logeert wanneer ze weer terug naar Winschoten gaat.

Winschoten 't Pleintje

‘t Pleintje: de kroeg waar de tiener Simone op the Cure danste. Nu weer geopend als Het Pleintje.