Slaapproblemen door e-readers?

Lezen op een e-reader met “achtergrondverlichting” voor het slapen gaan is slecht. Dit bericht duikt iedere keer weer op sinds er in 2014 een artikel over is verschenen in een Amerikaans wetenschappelijk tijdschrift. Een e-reader met achtergrondverlichting bestaat echter niet en het gaat bij dit zogenaaamde onderzoek dan ook om een iPad. Voor het “onderzoek” werden slechts 12 mensen gebruikt die vier uur lang, vijf avonden voor het slapen gaan een boek op een een iPad in de felste stand te lezen kregen en vijf avonden een papieren boek. Ze sliepen beter na het lezen van een papieren boek. Ja, vind je het gek? Het licht van echte e-readers met randverlichting (hier kom ik later nog op terug) werd wel gemeten maar daar werd geen onderzoek mee gedaan. We kunnen dus spreken van een slecht uitgevoerde poging die de naam onderzoek niet verdient.

Het is bekend dat veel blauw licht ’s avonds voor slaapritmestoornissen kan zorgen. Dat is niet zo vreemd want blauw licht zit op dezelfde golflengte als daglicht en verstoort daardoor de aanmaak van melatonine, het zogenaamde slaaphormoon. Vooral jongeren hebben er last van. Tablets, zoals de iPad, smartphones, computers, laptops en televisies zijn de voornaamste boosdoeners. Met name bij een smartphone en tablet bevinden je ogen zich op een korte afstand van het scherm en krijg je dus op heldere stand teveel blauw licht te verduren. Nieuwere computers, telefoons en tablets hebben soms een nachtfunctie waarbij je het licht ’s avonds automatisch kunt laten dimmen en naar warmer licht kunt laten veranderen. Wanneer je dan echter die telefoon of tablet voor games of sociale media gebruikt zorgt de onrust in je hoofd er wel voor dat je slechter slaapt. Nee, je moet voor de rust dan wel een fictieboek gaan lezen.

Wat die extreem luie onderzoekers niet hebben gedaan is met verschillende tijdsduur testen (vier uur lezen is best wel lang),  meer mensen bij de test betrekken (12 proefpersonen is erg weinig), lezen met gedimd licht testen en echte e-readers testen, want er is namelijk veel verschil tussen e-readers en tablets. Een tablet heeft achtergrondverlichting en schijnt dus in je gezicht. Heel vaak zie ik nog de fout in recensies van bijvoorbeeld Kobo e-readers waarin gesproken wordt over achtergrondverlichting. E-readers zoals de Kobo’s hebben geen achtergrondverlichting maar randverlichting. Er zijn ledjes in de rand ingebouwd waardoor het licht over het e-papierscherm wordt verspreid, net als met een leeslampje. Een e-reader werkt net als een boek met opvallend licht, waardoor je bij een e-reader de verlichting kunt uitschakelen en met een externe lichtbron verder kunt lezen. Een tablet werkt alleen met achtergrondverlichting. Beiden zijn dimbaar en net als nieuwere tablets en telefoons hebben sommige e-readers een nachtstand waarbij, wanneer dit ingeschakeld is, het licht, ’s avonds automatisch dimt en soms ook van kleurtemperatuur veranderd, maar of die verandering van kleur nu zoveel uitmaakt bij gedimd licht is nog maar de vraag.

De negatieve verhalen over ’s avonds lezen op een e-reader zijn dus ongegrond zolang er sprake is van een echte e-reader en je kunt stellen dat zelfs het onderzoek met tablets niet op een juiste manier is gedaan omdat niet met gedimd licht en aangepaste nachtstand is getest. Zelf lees ik ‘s avonds in bed met de helderheid op ongeveer 12 procent en dat is dan meer dan genoeg. Ik slaap daarna prima. Mocht je het toch niet vertrouwen dan kan op de e-reader de verlichting worden uitgezet en bij het licht van een  normaal, leeslampje worden gelezen. Dan moet je er alleen nog voor zorgen dat het boek niet zo spannend is dat je de hele nacht doorleest.

Hier een link naar een Harvard artikel over het onderzoek en een link naar het onderzoek zelf.

https://hms.harvard.edu/news/e-readers-foil-good-nights-sleep

http://www.pnas.org/content/112/4/1232

KoboAURA24De Kobo Aura H2O met 6.8 inch scherm, de reader die ik momenteel bezit.

Advertisements

Mijn eerste leesjaren.

Bij ons thuis werd veel gelezen. Mijn vader en moeder waren altijd wel in een boek bezig en op vierjarige leeftijd werd ik al meegenomen naar de bibliotheek die was gevestigd in een buurtcentrum, “de Kern” genaamd. Hier bleef ik tot in mijn tienerjaren, tot de bouw van de nieuwe bibliotheek, lenen. Wanneer ik hier weer aan terugdenk kan ik mij de beelden, geluiden en geuren zo weer voor de geest halen. Je kwam eerst in een halletje, dan nog een deur door en direct links was – voorzover ik mijn herinnering kan vertrouwen – de kinder en jeugdafdeling. De volgende deur was de volwassenenafdeling. Wanneer je naar rechts liep was je in het buurtcentrumgedeelte waar ook een kantine bij hoorde. Er hing een gemengde geur van koffie, etenswaren, schoonmaakmiddelen en parfums. In de bieb zelf hing natuurlijk de geur van boeken vermengd met de vaag binnendringende geuren uit de hal.

Mij is verteld dat ik als kind gek was op het verhaal: “de grote boze tovenaar” en dit steeds weer wilde horen. Wanneer mijn moeder regels oversloeg corrigeerde ik haar, zo goed kende ik het verhaal op den duur. Het verhalenboek dat van een gele kaft met een zon in gouddruk voorop was voorzien, heeft nog lang in het ouderlijk huis gestaan en ik heb het later nog wel eens ingekeken. Het was een mengeling van sprookjes en verhalen en was geïllustreerd met zwart wit en kleurenplaten. Pinkeltje en Jip en Janneke waren ook boeken uit mijn vroege kindertijd.

Van veel boeken ben ik titels en auteurs vergeten. Van veel series echter, weet ik nog de namen. Pietje Bel, Snuf de hond, de Kameleon, De Vier, De Vijf, Arendsoog, de Narnia serie van C.S Lewis en een serie getiteld: “de jonge Hardy’s”. Omdat ik van deze laatste niet helemaal zeker was heb ik het maar even gegoogeld en kwam daarbij tot een opmerkelijke ontdekking: de boeken zijn niet door een schrijver geschreven maar door meerdere. De oudheid en geschiedenis interesseerden mij toen ook al, dus las ik de boeken van H. Arends getiteld “Aak, de jongen uit de steentijd”, “Kenar en de Hunebeddenbouwers”, “Esk, en de strijders met de stenen bijlen” en “Dalan, de jonge ridder uit de bronstijd”. Daarnaast las ik klassiekers als: Alleen Op De Wereld, Kruimeltje, De (Neger)Hut Van Oom Tom en De Scheepsjongens Van Bontekoe.

Verder waren er nog de boeken van Wim van Helden: commissaris Achterberg en Inspecteur Arglistig; de boeken van R. Feenstra over de Discus (een door een friese professor gebouwde vliegende schotel waarmee spectaculaire reddingsacties werden gedaan), Bas Banning, Pim Pandoer en vele andere helden. Veel van deze jeugdboeken zijn terug te vinden op http://www.oudejeugdboeken.nl/

Ons huis stond op een hoek. De voorkant keek uit op een vijver met een parkje en de zijkant op een grasveld met bomenpartij. Hier speelde ik vaak met kinderen uit de buurt. Lezen vond veel plaats nadat ik, naar mijn mening te vroeg, naar binnen werd geroepen en naar bed moest. Onder de dekens met een zaklantaarn zodat mijn ouders niet in de gaten hadden dat ik nog aan het lezen was. De boeken van K. Norel over de oorlogstijd: Vliegers In Het Vuur, Varen En Vechten en Engelandvaarders heb ik op deze manier grotendeels gelezen. Nu we het toch over oorlogsboeken hebben: het nu verfilmde Oorlogswinter van Jan Terlouw en Reis door de nacht van Anne de Vries vond ik erg spannend.

Naast fictie las ik in mijn kinderjaren non-fictie boeken over het oude Egypte, de Inca’s en andere oude beschavingen. Op mijn elfde begon ik dat soort boeken bij de volwassenenbibliotheek te lenen. Mijn vader schilderde en had veel boeken over schilders in huis. Hiervan bekeek ik voornamelijk de platen maar las af en toe wat over de schilderijen en de schilders. Daarnaast kreeg ik van kennissen van mijn ouders, die ik oom en tante noemde, regelmatig boeken over de mysteries uit de geschiedenis, archeologie en wetenswaardigheden uit de hele wereld.

Na de lagere school ging ik – omdat ik als een dromer en vrij speels werd gezien – op advies van de onderwijzers eerst naar de MAVO. Dit bleek voor mij veel te gemakkelijk waardoor ik een luie leerling werd. Ik haalde hoge cijfers zonder dat ik er moeite voor hoefde te doen. Ik keek het een keer over en dan wist ik het wel. Dat gaf mij zowel veel speeltijd als leestijd en ik heb in mijn jonge tienerjaren naast lijstboeken vrij veel boeken voor mijn plezier gelezen. Na de MAVO kwam de HAVO waarop ik door net zo weinig te doen als op de MAVO wel iets lagere cijfers haalde. Het was op de HAVO dat ik Tolkien ontdekte en mijn liefde voor de Nederlandse literatuur ook versterkt werd. Lezen was voor mij bepaald geen straf.

Ik ben blij dat ik als lezer ben opgegroeid. Lezen was voor mij als kind een avontuur en dat is het tot op de dag van vandaag gebleven.

Aak de jongen uit de steentijd

Nieuwe Computer 2.

Ik heb het zo druk gehad op mijn nieuwe computer dat ik er maar niet toe kwam om dit verhaal over de bouw ervan, in mei van dit jaar, te publiceren. Bij deze.

“Hallo?” “Ja, hi, dit is Sean van DHL. Ik sta volgens de postcode met mijn bus buiten je huis met een bestelling.” “Is het een witte bungalow met rode accenten?” “Ja, en rode hoekstenen.” “Dan zit je goed. Ik ben zelf niet thuis maar de dame die de deur opendoet heet Orla Clancy.”

Toen ik die donderdag 17 mei tijdens de lunch thuiskwam lag het pakketje op me te wachten. “Het is wel erg licht”, zei Orla. Dat klopte wel want er zaten alleen een processor, SDRAM geheugen, een wifi – en een FireWire kaart in. Dat spul weegt niet veel. Het was de tweede en laatste bestelling voor het bouwen van mijn nieuwe computer. De eerste bestelling had ik via Elara.ie gedaan en dit pakket kwam van Komplett.ie. Internetwinkels zijn een uitkomst voor computeronderdelen want in het deel van Ierland waar ik woon in ieder geval, verkopen fysieke winkels tegenwoordig liever complete computers en hebben bijna geen onderdelen meer in huis.

Jaren geleden was het bouwen van zo’n apparaat ingewikkeld omdat je verstand moest hebben van programmeren. Tegenwoordig is het meer een bouwpakket voor volwassenen waarbij je er alleen voor moet zorgen dat je de juiste onderdelen aanschaft (want alles moet met elkaar kunnen communiceren) en dat je de stekkertjes op de juiste manier aansluit, waarna de software van het moederbord moeiteloos opstart en het meeste automatisch instelt. Voor het bouwen van de computer is het internet en vooral YouTube een geweldige hulpbron. Er zijn tientallen filmpjes over hoe je zo’n ding in elkaar flanst. Daarnaast krijg je bij het moederbord een uitgebreide handleiding en zelfs bij de voeding krijg je een handleiding die je vertelt welke stekkertjes voor wat bedoeld zijn. Een kind kan de was doen met goed opletten en veel geduld. Een 50 plusser zoals ik heeft er wel een leesbril en een lampje bij nodig om al dat gepriegel met kleine stekkertjes tot een goed einde te brengen.

Die donderdagavond maakte ik de keukentafel vrij en begon met het plaatsen van de processor op het moederbord, waarna ik het interne SDRAM geheugen en de koeler van de processor aanbracht en het hele zakie in de computerkast plaatste en vastschroefde op de door mij geplaatste spacers (afstandhouders) De achterkant van het moederbord mag namelijk niet in contact komen met de kast omdat dat kortsluiting geeft. Daarna de voeding in de kast, de SSD schijf en de gewone harde schijf. Het nam allemaal wat tijd in beslag dus ik besloot om alle kabeltjes en stekkertjes tot de volgende dag te bewaren. Ik had een paar weken terug de ventilatoren al in de kast aangebracht en een BluRay brander en kaartlezer geïnstalleerd dus alles was klaar om aan te sluiten. Ik kwam alleen nog een kabeltje voor het aansluiten van een harde schijf te kort.

Vrijdagmiddag was ik vroeg vrij, ben naar de stad Limerick gereden om het ontbrekende kabeltje te kopen en andere boodschappen te doen en heb na terugkomst in een uur tijd (met af en toe de handleiding erbij om de juiste aansluitpunten uit te vogelen) alles aangesloten waarna ik met knikkende knieën en bonkend hart de machine aanzette. Er gebeurde niets. Paniek. Oh shit, had ik dan toch wat fout gedaan? Gelukkig bleek dat niet het geval te zijn. Ierse wandcontactdozen hebben aan-en-uit schakelaars en ik was gewoon vergeten om de contactdoos aan te zetten. Schakelaar aan en zowaar, de machine startte op. De ventilatoren kwamen snorrend en spinnend tot leven, de lampjes brandden en het speakertje gaf een piepje. Daarna verscheen er een opstartscherm met de opdracht om de F2 toets in te drukken om het UEFI BIOS (de software van het moederbord) op te starten. Het BIOS scherm verscheen en ik zag dat alles werkte waarna ik jubelend Orla riep om het wonder te aanschouwen. Ik was zo trots als een pauw en Orla trok twee biertjes uit de koelkast zodat we op de succesvolle bouw konden proosten.

Sindsdien heb ik het druk gehad met het installeren van Windows en programma’s op de SSD, het instellen van de tweede  harde schijf als opslagruimte voor alle gegevens en het overhevelen van gegevens van de oude computer. Een van mijn vrienden heeft mijn zelfbouwcomputer Dolfinator gedoopt, hetgeen ik wel een leuke naam vind. Momenteel zit ik me er nog over te verbazen hoe snel en moeiteloos alles werkt en ben vooral heel erg trots op mezelf dat ik het gelapt heb. Ik heb er veel van geleerd, met als belangrijkste les dat je nooit te benauwd moet zijn om iets nieuws te proberen want wanneer je de tijd neemt en je er goed in verdiept, kom je een heel eind. Het smaakt naar meer. Ik heb het volgende project al in gedachten: het ombouwen van de oude computer tot een beter en sneller werkende machine, maar dat kan wel een tijdje wachten.

new-computer_parts_minus_graphics

Een aantal van de dozen met losse onderdelen. De grafische kaart ontbreekt in het plaatje. De doos was erg groot. De kastventilatoren staan er niet op. Die zitten al in de behuizing.

dolf_patijn_0115

De lege kast staat op de onderdelen te wachten.

20180517_183420

Het interne geheugen en de processor zijn op het moederbord (rechts) aangebracht. De processorkoeler (links onder) ligt te wachten om op de processor geplaatst te worden.

20180518_211809

Het BIOS scherm van de nieuwe computer. Het werkt.

Films.

Ik ben al sinds mijn jeugd een filmliefhebber. Mijn eerste, zeer gedenkwaardige filmervaring was Bambi die ik met mijn moeder zag. Ik was geloof ik 5 of 6 jaar oud. Een ander gedenkwaardig filmmoment was toen mijn oudste broer mij meenam naar Jaws. Ik was slechts 12 jaar. Ook de eerste drie Star Wars films zag ik toen ze in 1977, 1980 en 1983 uitkwamen in de bioscoop. Een ervan in de kleine bioscoop op Vlieland. Tijdens mijn tienerjaren was ik ook verzot op griezelfilms. De George A. Romero zombiefilms, The Exorcist (met de onvergetelijke muziek van Mike Oldfield), Halloween, de Hammer Horror Dracula films, Poltergeist, A Nightmare on Elm Street, The Changeling en ga zo maar door. Ik smulde ervan. Sommige zag ik in de bioscoop en andere later op video. Tegenwoordig kijk ik slechts een enkele keer een horrorfilm, waarbij de kwaliteit en originaliteit van het gebodene voorop staat want er wordt op dat gebied een hoop bagger gemaakt.

Ik ben wat films betreft altijd een alleseter geweest, maar wel steeds meer een fijnproever geworden binnen alle genres. Arthouse films, science fiction, fantasy, comedy, oorlogsfilms, kostuumdrama’s: het maakt me niet uit, zolang het van een redelijk goed niveau is wat betreft acteren, camerawerk, aankleding, effecten enz. Zo is de eerste Jaws film erg goed omdat je de haai eigenlijk maar heel weinig ziet. De muziek en de camerabeelden doen erg veel. De vervolgfilms mag je van mij vergeten want die halen het niet bij de eerste. De derde is ronduit slecht.

Er zijn een aantal films die ik meerdere keren heb gezien en die ik waarschijnlijk elke paar jaar weer uit de kast haal. Twister van Jan de Bont is zo’n film. Het is een geweldig gemaakte film over het jagen op tornado’s waarin een liefdesverhaal is verwerkt en de kameraadschap in het team aanstekelijk is. You’ve got mail is een romantische komedie met een Meg Ryan waar ik iedere keer weer verliefd op wordt en Tom Hanks in de hoofdrollen. Het is een echte feelgood film die ik af en toe uit de kast pak wanneer ik me een beetje mèh voel. Dan zijn er de Harry Potters die ik al meerdere keren heb gezien, de eerste Star Wars trilogie, de Die Hards, de Lord of the Rings films, Marry Poppins, Casablanca, films met Audrey Hepburn, The Longest Day en nog wat films die ik meerdere keren heb gezien of iedere paar jaar een keer uit de kast haal. Het herhaald kijken van dezelfde films is niet alleen het feest der herkenning. Vaak vallen je ook zaken op die je voorheen niet opmerkte.

Een speciale plaats nemen voor mij een aantal Italiaanse films in. Twee springen er vooral uit: Cinema Paradiso (1988) en Il Postino (1994). Dit zijn cinematografische juweeltjes van formaat waarvan ik enorm heb genoten en af en toe een traan heb moeten wegpinken.  Cinema Paradiso heeft als toegevoegde meerwaarde de sublieme filmmuziek van Ennio Morricone en de filmmuziek van Il Postino is ook erg mooi. Il Postino is tragisch omdat Massimo Troisi, de hoofdrolspeler die de film mede had geschreven en geregisseerd, de dag na de laatste filmdag aan een hartaanval overleed nadat hij een hartoperatie vanwege het filmen had uitgesteld.

In 2011 gingen we op vakantie naar Sicilië en huurden daar een auto. We hebben in een paar weken tijd heel wat van het eiland gezien en hebben natuurlijk de plekken bezocht waar Cinema Paradiso is gefilmd. Heilige grond, met als hoogtepunt de fontein op het plein in het dorp Palazzo Adriano, het plein waaraan de bioscoop lag (speciaal voor de film gebouwd, in de film afgebrand en na de film weer afgebroken). Op een straatmuur is een gedenkmozaïek te vinden maar voor de rest is het een gewoon dorp waarin men niet echt probeert om een slaatje te slaan uit het succes van de film. Dat is in Ierland bijvoorbeeld wel anders. Daar teert men in sommige stadjes en dorpen nog steeds op het succes van films uit de jaren 50.

Il Postino heb ik vorig jaar nog gekeken. Cinema Paradiso heb ik nu op Blu-Ray en zal ik waarschijnlijk deze winter wel weer uit de kast trekken. Puur genieten.

Dolf Patijn in Palazzo Adriano.

Dolf in Palazzo Adriano op het plein bij de fontein uit Cinema Paradiso.

20110609_dopa_sicily_2011_0073

Het gedenkmozaïek voor de film Cinema Paradiso in Palazzo Adriano

Heggenschaar: geen lichtzwaard.

Zaterdagavond 5 mei besloot ik dat het genoeg was met het oprukkende bramengespuis in mijn achtertuin. De stekelige uitlopers slopen al enige tijd door de heg een hoek van onze tuin binnen en hadden al een heel netwerk van taai, natuurlijk prikkeldraad aangelegd. Getooid in joggingbroek, Zweedse klompen en een “come to the dark side, we have cookies” Star Wars t-shirt (ik droeg zelfs Star Wars boxershorts onder mijn joggingbroek) ging ik het duivelsgebroed met de elektrische heggenschaar als een Jedi met een lichtzwaard te lijf. Normaal, wanneer ik de heggenschaar hanteer om onze hegbeplanting te snoeien gaat dit op een rustige manier met veel beleid omdat ik het netjes wil doen en geen lelijke gaten wil laten vallen. De bramenuitlopers groeiden echter overal: laag bij de grond, op de hoogte van mijn middel en overal om mij heen. Ik zwaaide lustig met de heggenschaar rond en naarmate ik vorderde kreeg ik er schik in, werd wat nonchalanter en – de lezer zag het al aankomen – dat ging fout. Na een onhandige manoeuvre waarbij ik mijn rechterbeen wat te laat wegtrok boorde de heggenschaar zich door de joggingbroek heen in het vlees. Gelukkig had ik net de knop van de schaar losgelaten en bewoog mijn been naar achteren waardoor de schade beperkt bleef maar ik voelde het bloed langs mijn been stromen. Ik begaf mij al vloekend om mijn eigen stommiteit naar binnen, waar Orla verschrikt naar mijn bloedend been kijkend mij een bezoek aan de eerste hulp aanraadde. Hier wilde ik echter niets van weten en na de wond met een doekje met water te hebben schoongemaakt bekeken we de schade. Net boven de knieschijf had ik twee flinke snedes van ongeveer een halve centimeter diep en een kleintje. Geluk bij een ongeluk dus dat ik de knieschijf had gemist. Ik haalde de verbandtrommel tevoorschijn en deed flink wat gaas er over wat meteen rood kleurde, en een verband daar weer overheen. Het had behoorlijk gebloed dus het was in ieder geval naar mijn mening schoon genoeg om me geen zorgen te hoeven maken over vuil in de wonden. “Doet het veel pijn?” vroeg Orla nog. Nee, de pijn was goed te verdragen. Ibuprofen geslikt, niet voor de pijn maar vanwege de ontstekingsremmende werking. Een uur later haalde ik het verband er af en verving het met bloed doordrenkte gaas door een grote antibacteriële zilverpleister die ik weer met het verband bedekte. Dat werkte goed en ik hoefde het pas de volgende ochtend weer te vervangen. De rest van het weekend heb ik het rustig aangedaan. De maandag was ik ook nog vrij dus dat kwam goed uit.

We zijn nu tien dagen verder en de wonden genezen goed. Ik heb er al een aantal dagen geen pleister meer op. De les is geleerd. In het vervolg zal ik ook de bramenuitlopers met gepaste voorzichtigheid bestrijden: niet als een Jedi met een lichtzwaard maar als een tuinman met gezond verstand.

Nieuwe Computer 1.

Ik ben een vijftigplusser die vrij veel achter de computer zit en er ook niet voor terugschrikt om harde schijven, grafische kaarten, voedingen en geheugen te verwisselen. Soms gaat er wel eens wat mis zoals een aantal maanden geleden, toen ik slim dacht te zijn en in een aanbieding bij Maplins electronics een vrij goede, erg grote nieuwe grafische kaart had gekocht om mijn computer, die een aantal jaren terug nog high-end te noemen was, een opkikker te geven want ik kreeg wat problemen met het programma dat ik voor fotobewerking gebruik in combinatie met de bestaande grafische kaart.

De nieuwe grafische kaart paste met veel hangen en wurgen net in de kast maar toen ik de boel weer opstartte, werd de kaart niet herkend. Balen dus. Alles gecontroleerd: nee, niets mis met de plaatsing en de stroomvoorziening naar de kaart was ook in orde. Om een lang verhaal kort te maken: ik kwam er achter dat het moederbord (de plek waar alle onderdelen samenkomen) verouderd was en dit type grafische kaart niet ondersteunde. Stom. Nooit aan gedacht. Op dat moment besloot ik dat ik aan een nieuwe computer toe ben en, omdat ik de grafische kaart toch al in huis heb, deze dan ook zelf maar te gaan bouwen. Zodra ik dat dacht brak er zowel een lichte euforie als paniek uit. Zou ik het echt kunnen? Ik ben niet bang om de computerkast te openen en dingen te vervangen maar om een heel systeem van de grond af op te bouwen? Ach, gewoon doen. Zie het als een avontuur: een nieuwe uitdaging. Lego voor volwassenen.

Op mijn werk ben ik degene die er het eerst wordt bijgehaald wanneer er iets mis is met een van de computers. Men ziet mij als een computerexpert, hetgeen ik absoluut niet ben. Ik weet aardig goed computerproblemen op te lossen want veel problemen heb ik zelf thuis meegemaakt en opgelost. Dat oplossen ging meestal gepaard met uren rondneuzen op het internet. Daar heb ik namelijk het geduld voor. Ik doe een zoekopdracht, bezoek verschillende forums en wanneer ze het over zaken hebben die voor mij onbegrijpelijk zijn doe ik daar weer een zoekopdracht voor, net zolang totdat ik er van begrijp wat ik nodig heb  en kom er dan al zoekend achter hoe ik het probleem het best kan oplossen. Wanneer ik op mijn werk een nieuw probleem tegenkom dan ga ik gewoon op het internet op zoek naar een oplossing. Veel problemen komen ook bij anderen regelmatig voor en de vragen met antwoorden zijn vaak vrij gemakkelijk te vinden (wanneer ik er op mijn werk niet uitkom dan wordt een gespecialiseerde IT man ingeschakeld).

Voor het bouwen van een nieuwe computer ben ik op dezelfde manier te werk gegaan. Het internet is een schat van informatie. De afgelopen maanden heb ik me georiënteerd, heb forums bezocht, YouTube videos bekeken, voors en tegens van de verschillende onderdelen afgewogen, ben een aantal keren van mening veranderd over de te kopen onderdelen, heb verschillende webwinkels bezocht, prijzen vergeleken, lijstjes gemaakt en alles weer gecheckt op forums en op de sites van de verschillende onderdeelmerken waarna ik een nieuwe, aangepaste lijst met onderdelen heb gemaakt die ik verspreid over een aantal maanden ga kopen. De eerste aankopen zijn inmiddels gedaan. Het avontuur gaat beginnen.

Leesherinneringen.

Een paar weken geleden was ik weer in Nederland. Ik logeerde bij mijn nicht en haar familie in Hoogezand, een straat verwijderd van het huis waar ik opgroeide. Niet lang nadat ik in 2000 naar Ierland verhuisde, moest mijn moeder vanwege dementie naar de gesloten afdeling van een bejaardenhuis en mijn vader kreeg vanwege gezondheidsproblemen een paar jaar later een kamer in een andere afdeling van hetzelfde huis. Nadat mijn ouderlijk huis verkocht was, ben ik nog een keer binnen geweest toen de man die het gekocht had het aan het verbouwen was. Het viel mij op hoe klein het was. Hij heeft er een paar jaar met zijn gezin gewoond maar is inmiddels gescheiden en probeert al enige tijd om het huis te verkopen. Het staat momenteel leeg en ik kon er in alle rust voor gaan staan om even weg te dromen want voor mij zit het huis vol met herinneringen; niet alleen familieherinneringen maar ook leesherinneringen.

Toen ik nog vrij jong was vond ik op zolder een doos met oude kinderboeken nog in oude spelling geschreven maar dat maakte mij niets uit. Het waren voornamelijk meisjesboeken maar dat kon me ook niets schelen. Uren bracht ik op mijn kamer door, vaak liggend op mijn buik, lezend in die oude boeken.

Onder de dekens verscholen las ik stiekem met een zaklantaarn terwijl mijn ouders op verstilde zomeravonden nog met de buren in de tuin zaten te kletsen. Het slaapkamertje had een deur naar een plat dak die op een haakje open stond waardoor de tuingeuren en de geluiden met de nog warme lucht binnendreven. Ik las in dat huis de hele Pietje Bell reeks, Snuf de hond, de Kameleon en andere jeugdboeken. Mijn oudste broer werkte bij drukkerij/uitgeverij Wolters Noordhoff en bracht regelmatig boeken voor me mee, waaronder twee delen van de Narnia serie (ik heb de hele serie als volwassene in het Engels gekocht en gelezen). Toen ik ouder werd kreeg ik een iets grotere kamer aan de voorkant van het huis. Hier heb ik toen ik 17 was, tijdens een zomervakantie, liggend op de bedbank waarvan mijn moeder de kussens had genaaid, ademloos Tolkien’s In de ban van de ring gelezen. Een paar weken kwam ik mijn kamer bijna niet uit. Voor de Havo had ik The Hobbit in het Engels gelezen met de Nederlandse vertaling er naast. De Hobbit en In de ban van de ring heb ik sindsdien in het Nederlands en in het Engels een aantal keren herlezen. Ik heb in die kamer ook mijn eerste 19e eeuwse literatuur gelezen, mijn eerste Jan Wolkers, Maarten ’t Hart en Maarten Biesheuvel. Ik had in die jaren een goede vriend die van dezelfde schrijvers hield (Hij is nog steeds een van mijn beste vrienden). Toen ik op mezelf ging wonen in een flatje in Hoogezand, zaten we vaak samen met een goed glas bier of whisky over literatuur te praten, in de zomer op het balkon, klassieke muziek of Tom Waits op de achtergrond. Die flats zijn echter afgebroken en hebben plaats gemaakt voor nieuwbouw. Die buurt zegt me nu niets meer. Mijn ouderlijk huis kan ik nog bezoeken en het plantsoen is niet erg veel veranderd maar de mooie leesherinneringen zitten toch  in mijn hoofd.

Het betoverde land achter de kleerkast - C.S Lewis

In mijn jeugd in het Nederlands gelezen. Als volwassene de hele serie in het Engels gekocht en gelezen.

Groningen_032015_0050

Mijn ouderlijk huis (wit) in Hoogezand.