Hoe mijn leesavontuur begon.

Bij ons thuis werd veel gelezen. Mijn vader en moeder waren altijd wel in een boek bezig. Op vierjarige leeftijd werd ik al meegenomen naar de bibliotheek. Deze was gevestigd in een buurtcentrum, “de Kern” genaamd. Daar bleef ik tot in mijn tienerjaren, tot de bouw van de nieuwe bibliotheek, lenen. Wanneer ik er weer aan terugdenk kan ik mij de beelden, geluiden en geuren zo weer voor de geest halen. Je kwam eerst in een halletje, dan nog een deur door en direct links was de kinder en jeugdafdeling; de volgende deur was de volwassenenafdeling. Wanneer je naar rechts liep was je in het buurtcentrumgedeelte waar ook een kantine bij hoorde. Er hing een gemengde geur van koffie, etenswaren, schoonmaakmiddelen en parfums. In de bieb zelf overheerste natuurlijk de geur van boeken vermengd met de vaag binnendringende geuren uit de hal.

Mij is verteld dat ik als kind gek was op het verhaal: “de grote boze tovenaar” en dit steeds weer wilde horen. Wanneer mijn moeder regels oversloeg corrigeerde ik haar; zo goed kende ik het verhaal op den duur. Het verhalenboek, zonnestralen geheten, was van een gele kaft met een zon in gouddruk voorop voorzien en heeft nog lang in het ouderlijk huis gestaan, waar ik het op latere leeftijd nog wel eens heb ingekeken. Het was een mengeling van sprookjes en verhalen en was geïllustreerd met zwart-witte – en kleurenplaten. Pinkeltje en Jip en Janneke waren ook boeken uit mijn vroege kindertijd. De oudheid interesseerde mij toen al, dus las ik boeken als “Aak, de jongen uit de steentijd” en “Dalan, de jonge ridder uit de bronstijd” van H. Arends. Van een aantal boeken ben ik titels en auteurs vergeten. Zo was er een boek over een jongen die van huis wegliep en in een holle boom ging wonen. Hier woonde ook een uil. Zijn broertje bracht hem af en toe eten en kleren. Van veel series echter, weet ik nog de namen. Pietje Bel, Snuf de hond, de Kameleon, de vier, de vijf, Arendsoog, de Narnia serie van C.S Lewis en een serie getiteld: “de jonge Hardy’s”. Omdat ik van deze laatste niet helemaal zeker was heb ik het maar even gegoogeld en kwam daarbij tot een opmerkelijke ontdekking: de boeken zijn niet door een schrijver geschreven maar door meerdere. Hier kun je het hele verhaal lezen: http://www.oudejeugdboeken.nl/jongens/hardy

Natuurlijk las ik de klassiekers zoals: alleen op de wereld, Kruimeltje, de negerhut van oom Tom en de scheepsjongens van Bontekoe. Verder waren er nog de boeken van Wim van Helden: commissaris Achterberg en Inspecteur Arglistig, de boeken van R. Feenstra over de Discus (een door een friese professor gebouwde vliegende schotel waarmee spectaculaire reddingsacties werden gedaan), Bas Banning, Pim Pandoer en vele andere helden. Veel van deze jeugdboeken zijn terug te vinden op http://www.oudejeugdboeken.nl/

Ons huis stond op een hoek. De voorkant keek uit op een vijver met een parkje en de zijkant op een grasveld met bomenpartij. Hier speelde ik vaak met kinderen uit de buurt. Lezen vond veelal plaats nadat ik (naar mijn mening te vroeg) naar binnen werd geroepen en naar bed moest. Onder de dekens las ik dan met een zaklantaarn zodat mijn ouders niet in de gaten hadden dat ik nog aan het lezen was. De boeken van K. Norel over de oorlogstijd: vliegers in het vuur, varen en vechten en Engelandvaarders heb ik op deze manier grotendeels gelezen. Nu we het toch over oorlogsboeken hebben: het nu verfilmde Oorlogswinter heb ik toen ook gelezen en natuurlijk “Reis door de nacht” van Anne de Vries. Naast fictie las ik in mijn kinderjaren non-fictie boeken over het oude Egypte, de Inca’s en andere oude beschavingen. Op mijn elfde begon ik dat soort boeken bij de volwassenenbibliotheek te lenen. Mijn vader schilderde en had ook veel boeken over schilders in huis. Hiervan bekeek ik voornamelijk de platen maar las af en toe wat over de schilderijen en de schilders. Daarnaast kreeg ik van kennissen van mijn ouders, die ik oom en tante noemde, regelmatig boeken over de mysteries uit de geschiedenis, archeologie en wetenswaardigheden uit de hele wereld. Stripboeken las ik ook. Suske en Wiske, Lucky Luke en de blauwbloezen. Ik was enige tijd geabonneerd op de Sjors en later de Pep. Een van mijn favorieten is altijd Asterix en Obelix gebleven. Die vind ik nog steeds leuk. In mijn tienerjaren las ik meer de underground strips zoals tank girl etc. Nu behoren Calvin en Hobbes en Mutts tot mijn favorieten.

Ik moet mij tijdens mijn jeugd suf hebben gelezen maar zo heb ik het niet ervaren. Lezen was een avontuur en dat is het altijd gebleven.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s