Windturbines.

Een jaar geleden zag ik, op weg naar mijn werk, een kraan op een heuvel niet ver van ons huis. Er stond al een soort sokkel, het begin van een mast en ik wist meteen hoe laat het was. Er kwam een windturbine op de heuvel te staan. Dit bleek te kloppen en meteen na de eerste werd er een tweede gebouwd. Vanuit onze voortuin zijn ze ook te zien. Ik morde tegen mijn vriendin over horizonvervuiling en zij merkte terecht op dat het altijd nog beter was dan rokende schoorstenen. Een collega vertelde dat er misschien nog een stuk of vijf bijkwamen wat ik toch echt niet hoop want dan wordt het wel erg dringen op die heuvel.

Het was alsof de turbines doorhadden dat ik het niet eens was met hun verschijning want ze bleven de volgende maanden staan zonder ook maar enige beweging in de rotoren te laten zien. Langzamerhand raakte ik echter aan hun aanwezigheid gewend en ik moest toegeven dat ik het wel een mooi gezicht vond om ze tegen de avondhemel afgetekend te zien of met laaghangende bewolking die een deel van de mast aan het zicht onttrok. Wanneer ik er langs reed wierp ik er altijd een blik op en ze begonnen bij het landschap te horen. Ik verbaasde me wel over het feit dat ze niet werkten tot ik plots op een dag merkte dat de rotorbladen heel langzaam bewogen, als jonge vogels in een nest die de vleugels uitproberen voor ze echt gaan vliegen.

De daaropvolgende weken bleef ik langzame beweging zien maar verder gebeurde er niet veel, tot een week of zes geleden. Ineens zag ik ze op een middag volop, in perfecte harmonie draaien. Het was als een dans en bracht een glimlach op mijn lippen. De turbines waren tot leven gekomen en de afgelopen weken bleef ik op ze letten. Soms waren ze gevangen in laaghangende bewolking en zag ik de toppen van de rotorbladen er net bovenuit bewegen, wat er bijna surreëel uitzag, dan weer zag ik ze al draaiend scherp afgetekend tegen de wolkenloze hemel staan. Een week geleden reed ik er met mijn vriendin ’s avonds in het schemerdonker langs. Ik kon nog net de vormen en draaiende rotoren waarnemen maar wat vooral opviel was het twee paar rode ogen dat me vanaf de heuvel aankeek. “Het lijken verdomme net aliens” zei ik tegen mijn vriendin, die mij daar gelijk in gaf. Mijn vriendin reed en zodoende had ik nog wat langer de tijd om er naar te kijken. Terwijl ik keek leek het alsof een van de turbines naar mij knipoogde, alsof ze me wilden laten weten dat ze drommels goed wisten dat ze me voor zich hadden ingenomen. De logische verklaring is dat er waarschijnlijk een vogel langs vloog, misschien knipperde het lampje of misschien was het verbeelding, ik weet het niet. Af en toe kijk ik, wanneer ik er ’s avonds langs rijd maar tot nu toe hebben ze niet meer geknipoogd.

dolf_patijn_ballyneale_nov_dec_2016_0009

De twee windturbines gezien door een telelens vanaf mijn voortuin.