Windturbines.

Een jaar geleden zag ik, op weg naar mijn werk, een kraan op een heuvel niet ver van ons huis. Er stond al een soort sokkel, het begin van een mast en ik wist meteen hoe laat het was. Er kwam een windturbine op de heuvel te staan. Dit bleek te kloppen en meteen na de eerste werd er een tweede gebouwd. Vanuit onze voortuin zijn ze ook te zien. Ik morde tegen mijn vriendin over horizonvervuiling en zij merkte terecht op dat het altijd nog beter was dan rokende schoorstenen. Een collega vertelde dat er misschien nog een stuk of vijf bijkwamen wat ik toch echt niet hoop want dan wordt het wel erg dringen op die heuvel.

Het was alsof de turbines doorhadden dat ik het niet eens was met hun verschijning want ze bleven de volgende maanden staan zonder ook maar enige beweging in de rotoren te laten zien. Langzamerhand raakte ik echter aan hun aanwezigheid gewend en ik moest toegeven dat ik het wel een mooi gezicht vond om ze tegen de avondhemel afgetekend te zien of met laaghangende bewolking die een deel van de mast aan het zicht onttrok. Wanneer ik er langs reed wierp ik er altijd een blik op en ze begonnen bij het landschap te horen. Ik verbaasde me wel over het feit dat ze niet werkten tot ik plots op een dag merkte dat de rotorbladen heel langzaam bewogen, als jonge vogels in een nest die de vleugels uitproberen voor ze echt gaan vliegen.

De daaropvolgende weken bleef ik langzame beweging zien maar verder gebeurde er niet veel, tot een week of zes geleden. Ineens zag ik ze op een middag volop, in perfecte harmonie draaien. Het was als een dans en bracht een glimlach op mijn lippen. De turbines waren tot leven gekomen en de afgelopen weken bleef ik op ze letten. Soms waren ze gevangen in laaghangende bewolking en zag ik de toppen van de rotorbladen er net bovenuit bewegen, wat er bijna surreëel uitzag, dan weer zag ik ze al draaiend scherp afgetekend tegen de wolkenloze hemel staan. Een week geleden reed ik er met mijn vriendin ’s avonds in het schemerdonker langs. Ik kon nog net de vormen en draaiende rotoren waarnemen maar wat vooral opviel was het twee paar rode ogen dat me vanaf de heuvel aankeek. “Het lijken verdomme net aliens” zei ik tegen mijn vriendin, die mij daar gelijk in gaf. Mijn vriendin reed en zodoende had ik nog wat langer de tijd om er naar te kijken. Terwijl ik keek leek het alsof een van de turbines naar mij knipoogde, alsof ze me wilden laten weten dat ze drommels goed wisten dat ze me voor zich hadden ingenomen. De logische verklaring is dat er waarschijnlijk een vogel langs vloog, misschien knipperde het lampje of misschien was het verbeelding, ik weet het niet. Af en toe kijk ik, wanneer ik er ’s avonds langs rijd maar tot nu toe hebben ze niet meer geknipoogd.

dolf_patijn_ballyneale_nov_dec_2016_0009

De twee windturbines gezien door een telelens vanaf mijn voortuin.

Advertisements

Ode aan de peer

Wij hebben vaak allerlei verschillende soorten fruit in huis maar van al dat fruit neemt de peer een speciale plaats in. Ik heb er min of meer een haat-liefde verhouding mee. Te vroeg gebeten en je hebt een harde, flauwe mond vol; te laat gebeten en je hebt een melige, weëe mond vol. Het is de kunst om het juiste moment te vinden waarbij de peer rijp is maar nog stevig genoeg zodat het zoete sap je smaakpapillen verwent en het vruchtvlees lichtkorrelig smeltend, (tenminste bij de Conférence peer) de binnenkant van je mond beroert. Het komt soms op een dag aan en je moet het dus goed in de gaten houden want een dag de fruitschaal vergeten en je bent te laat. Je kunt ze dan eventueel nog door een shake doen. Peren doen het sowieso goed als drankje. Ik hou niet van appelcider maar van peren kun je ook goed cider maken. De naam perencider is echter uit den boze bij de puristen dus noemde men het Perry. Het was lange tijd niet meer populair maar toen men het, ironisch genoeg, perencider ging noemen won het weer aan populariteit. De huidige commerciële versie is erg eenvormig en er is soms maisstroop aan toegevoegd. De bubbels zijn er ook kunstmatig ingestopt. Niet lekker. De ambachtelijke soort die je in Normandië soms nog in flessen met een kurk (net als Champagne) vindt is erg lekker. Het heet dan Poiré en wordt op de fles gegist waardoor het koolzuur ontstaat. Perry is al heel oud en werd door de Normandiërs naar Engeland gebracht. Ook in Zweden blijkt men eigen perenciders te produceren en het wordt ook populairder in Australië, Nieuw-Zeeland, Japan en Amerika.

Het lekkerst vind ik peren door een salade. Deze salade heb ik voor het eerst in Florence gegeten en maak het sinds die tijd thuis. Het is een erg simpele salade en zoals wel vaker: simpel is lekker. Je hebt rucola, liefst goed gerijpte pecorino, zoete peren, witte balsamico azijn en de beste olijfolie die je kunt vinden nodig. Rucola in de schaal, snij er de peer, met schil in stukjes door, schaaf er pecorino door, giet azijn en olie over en klaar is Kees. Het is een geniale salade. Rucola is bitter, peer is zoet, pecorino is zout, azijn is zuur en de olie brengt het samen.

Nu heb ik een beetje gelogen want het is eigenlijk een gelijkspel tussen peren in een salade en peren als toetje wat lekkerheid betreft. Peren met chocoladesaus, stoofpeertjes of een perentaart: het is allemaal lekker.

Ik heb een donkerbruin vermoeden dat de boom in het bijbels paradijs van origine een perenboom was en geen appelboom. Want zeg nu zelf, een peer ziet er toch veel verleidelijker en lichamelijker uit dan een appel?  Niet voor niets heeft men het bij vrouwenfiguren onder andere over peervorm. Het was waarschijnlijk een peer met de rode blosjes, de smaak van Doyenne Du Comice en de vorm van de Conférence peer die aan de boom van goed en kwaad hing. Volgens mij is het later door de seksueel gestoorde kerkvaders gecensureerd om het erotische element van de peer er uit te halen en te vervangen door de a-seksuele appel. Het kan natuurlijk ook zijn dat ze het op een dealtje met de appeltelers en ciderproducenten hebben gegooid om de appel een meer verboden en sexy imago te geven. Daar zie ik ze wel voor aan. Hoog tijd voor een rectificatie. De lezers van mijn blog zijn inmiddels op de hoogte.

poire-demi-sec-pierre-huet

In training.

Negen uur vanochtend, het kattenluikje klappert, Charlie onze kater komt binnen. Ik ben net weer wat ingedut na vanaf 6 uur er een paar keer uit te zijn geweest om de katten eten te geven en een tijd in bed gelezen te hebben. Te laat hoor ik dat zijn miauwgroet wat gemoffeld klinkt. Hij is al in de slaapkamer en laat een vrij grote muis los waar nog heel veel leven in zit. Ik spring uit bed en haal tuinhandschoenen die voor deze gelegenheden al klaar liggen uit de hal: muizentanden zijn scherp. De muis is intussen waarschijnlijk onder het bed verdwenen. Charlie bedoelt het goed. Hij wil ons leren jagen. Op handen en voeten kruip ik om het bed heen en hoor ineens in een hoek wat geritsel. Tina, onze kattendame is er inmiddels ook bij gekomen en heeft de oren gespitst. Ik lig met mijn hoofd dicht bij de grond te luisteren en Charlie zit al spinnend naast me, met zijn kop vlak bij mijn hoofd. Hij vindt het wel fijn zo, samen op jacht. Ineens gaat Tina naar een plek iets verder op en begint tussen een paar zakken met oude truien die onder het bed liggen te klauwen. Waarschijnlijk heeft ze de muis opgeschrikt want ineens rent Charlie naar de andere kant, grijpt iets en rent de gang in om vervolgens via het kattenluikje naar buiten te rennen. Wanneer ik de achterdeur bereik, zie ik door het glas Charlie zitten kauwen. Dat was dan de muis.

Kwart over 5 vanmiddag. Charlie komt weer met een luide, ietwat gemoffelde miauw binnen en ja hoor, weer een levende muis. Dit keer ben ik snel en kan het beestje, voordat het uit de versuffing bijkomt bij de staart pakken en in veiligheid tillen. snel een handschoen gepakt zodat ik het diertje iets meer comfort kan geven. De voordeur open en naar buiten naar de heg en de muis daar losgelaten. Charlie zit een tijdje later met een iets meewarige blik naar mij te kijken. Ja, sorry jongen, ik had geen zin om weer samen in huis op die muis te jagen. Charlie verdwijnt weer naar buiten om twintig minuten later weer door het kattenluikje naar binnen te komen. Ik sta al op scherp maar deze keer komt ie met zijn typerende i, i, als groet de keuken in, zonder muis. Hij houdt het waarschijnlijk vandaag voor gezien. Het is moeilijk om mensen kattenmanieren bij te brengen.

dolf_patijn_feline_12082016_0195

Charlie, onze kater.

Hoge nood.

Ik heb in het commentaar op een blog van een medeblogger en boekenvriend beweerd dat ik een sterke blaas heb en daar heb ik niet over gelogen. Het deed me echter terugdenken aan een incident dat bewijst dat zelfs de sterkste blaas een breekpunt heeft.

Ik studeerde in Groningen maar woonde in Hoogezand omdat ik daar een flat met drie slaapkamers voor dezelfde prijs als een lullig studentenkamertje in de stad kon huren. Het was laat in de middag en ik had net een paar gezellige uurtjes in een Grand Café doorgebracht met het drinken van witbier en zat nu in de bus naar Hoogezand. Ik was echter vergeten om nog even het toilet te bezoeken en halverwege de rit begon mijn blaas toch echt wel te protesteren tegen die twee liter bier. Tot overmaat van ramp was er een dame naast me komen zitten die ik vaag kende en die een heel verhaal zat op te steken waar ik me niet op kon concentreren om dat ik al mijn aandacht nodig had bij mijn bijna knappende blaas die iedere oneffenheid in de weg met een steek begeleidde. We waren bijna in Hoogezand toen de dame naast mij een pakje foto’s tevoorschijn haalde. Het bleken vakantiefoto’s te zijn. Ze was met een stel vriendinnen in Spanje geweest. Nu stonden de leuk uitziende dames op veel van de foto’s in bikini en dat leidde de aandacht toch wel wat af, zoveel zelfs dat ze op een gegeven moment tegen mij zei “volgens mij heb je net je halte gemist”. Dat was inderdaad het geval hetgeen betekende dat ik nog een eind verder moest lopen. Tegen een boom gaan staan of een tuintje inschieten zat er bij vol daglicht niet in en het was bovendien te druk op straat. Ik spoedde mij dus zo snel mogelijk naar mijn flatje terwijl de blaaskramp me bijna krom deed lopen. Halverwege ging ik zelfs even met mijn benen over elkaar op een bankje zitten omdat het er anders zo uitgestroomd was. Toen het zaakje weer wat was bedaard liep ik verder en het ging vanaf dat moment vrij goed. Ik zag het flatgebouw al en haalde mijn sleutelbos te voorschijn. Ik deed de portiekdeur van het slot en met twee treden tegelijk liep ik de trappen op naar de derde en bovenste verdieping. De voordeur zat op het nachtslot waardoor de sleutel een aantal keren moest worden rondgedraaid, maar al op en neer springend wist ik ook dit te redden. Ik strompelde over mijn eigen benen de deur binnen en die schok was net iets teveel voor mijn arme blaas. De wc heb ik niet meer gehaald.

Men zegt dat je van ervaringen wijzer wordt maar voor mij gaat dat niet altijd op. In 2002, toen ik inmiddels twee jaar in Ierland woonde, speelde ik Ierse traditionele muziek in een rambling house groep, een soort theatergroep met muzikanten, verhalenvertellers en dansers. We waren een week lang op tournee in Engeland en logeerden een paar nachten in Birmingham. Overdag waren we vrij en terwijl de meesten na het ontbijt weer een tijd op bed gingen liggen, besloot ik om de binnenstad in te gaan. Ik was de koning te rijk omdat ik overal koffiegelegenheden zag. De eerste twee dubbele espresso’s, vergezeld van een glas water, had ik dus al snel achterover geslagen. Het was een uur of 11. Twee uur later was het lunchtijd. Ik had twee medespelers ontmoet en we gingen met z’n drieën lunchen, waarbij ik weer twee dubbele espresso’s en een groot glas water dronk. Na nog even naar het toilet te zijn geweest (ja, ik was niet gek) voor een plasje, ging ik weer verder winkelen. Om een uur of drie besloot ik weer een cafe binnen te gaan voor nog een lekker bakje. Ik zat voor het raam en zag een medespeelster, een leuke meid waar ik stiekem een klein beetje verliefd op was, aan komen lopen. Ik tikte tegen het raam en zij vergezelde me voor een kopje thee en een gebakje. Ze vertelde me dat de andere twee haar al hadden verteld dat ik zulke sterke koffie dronk en ze zat met respect te kijken naar hoe ik een tweede dubbele espresso achterover sloeg. We besloten daarna om samen terug naar het hotel te lopen. Onderweg begonnen mijn ingewanden echter nogal op te spelen. Iemand zei ooit dat koffie de schoenlepel van zijn darmen was. Nou, zo stel ik mij dus ongeveer voor hoe het voelt als iemand met een schoenlepel in je darmen zit te wroeten. Man, wat moest ik poepen. Ik zette er nogal de pas in en mijn metgezellin moest moeite doen om me bij te houden. Echt leuk gezelschap was ik op dat moment niet en ik wilde haar niet vertellen wat er aan schortte om zodoende niet mijn reputatie als stoere koffiedrinker te verspelen. Het kostte me de grootste moeite om rechtop te blijven lopen, zo verkrampt voelden mijn darmen. Het waren de langste kilometers van mijn leven. Ik haalde deze keer het toilet gelukkig wel en kon daarna weer opgelucht gezellig doen. Toen ik een uur later Orla belde om nog even te kletsen voor dat we naar het theater moesten, vroeg ze zich af waarom ik zo druk was. Ach ja, zes dubbele espresso’s hebben toch wel enig effect, en niet alleen op de darmen. De volgende dag reisden we door naar Londen om daar in Cricklewood in de Galtymore te spelen en ook in Londen waren er genoeg koffiegelegenheden maar ik heb het toen toch maar iets rustiger aan gedaan.

rambling-house-2002-england-tour-01-small

Dolf speelt op de bodhrán (Ierse trom) tijdens de Engelse tournee van de Rambling House show 2002. Het podium is ingericht als een ouderwetse Ierse keuken.

Amerikaanse verkiezingen.

Over een paar dagen zullen we weten wie de nieuwe president van Amerika is: Hillary Clinton of Donald Trump. Het is een van de meest vreemde verkiezingen ooit geweest met een kandidaat die – naar mijn mening en velen met mij – absoluut niet geschikt is voor het ambt en een doorgewinterde politica die niet erg geliefd is. Mocht Trump winnen dan hoop ik dat hij de eerste president wordt die door ongeschiktheid na enige tijd moet worden afgezet. Dat zou een stunt zijn. Voor het land is het natuurlijk niet goed en daarmee voor de rest van de wereld want laten we wel wezen, of we het willen of niet, Amerika is nog steeds de meest invloedrijke macht in het westen. Eigenlijk is het geen land want de naam zegt het al: de verenigde staten van Amerika. Iedere staat heeft een groot deel zelfbeschikking en dat willen ze weten ook, hetgeen vaak betekent dat wat in de ene staat mag, in de andere staat juist weer verboden is. Het is een land van uitersten. Obesitas tegenover onbereikbare schoonheidsidealen waaraan dan door plastische chirurgie en het witter maken van de tanden aan gesleuteld wordt. Een land van overvloed, luxe en extra grote porties tegenover schrijnende armoede en bende-oorlogen. Qua levensovertuiging heb je er aan de ene kant de diep religieuze creationisten die bijbelvast zijn en niet in de evolutietheorie geloven terwijl een aantal van de meest progressieve, atheïstische denkers ook uit Amerika komen. De bijbel is er belangrijk maar bladen als Playboy en Hustler komen er ook vandaan en het is een van de grootste producenten van pornografie.

Zelf heb ik nog verre familie in Amerika en met een achterneef heb ik nu via Facebook contact. Hij komt uit de diepreligieuze hoek. Een paar diepreligieuze Amerikanen die ik via fora op het internet had ontmoet en die via Facebook contact hadden gezocht zijn inmiddels weer van mijn vriendenlijst verdwenen. Zij konden mijn “godslasterlijke” uitingen op Facebook niet meer aan. Mijn achterneef houdt het tot nu toe vol. Amerikaanse vrienden en kennissen uit het tastbare leven zijn van de meer progressieve soort.

Trump is trouwens hier in Ierland goed bekend. Hij heeft hier een golfbaan aan de kust van het graafschap Clare. Dat maakte hem bij een kleine groep populair omdat hij banen verschafte. Toen hij echter zijn golfbaan wilde beschermen tegen extreem vloedwater met een lelijke wal op het strand, onder het mom van het beschermen van de bevolking, en probeerde om het graafschap Clare voor de kosten op te laten draaien, daalde hij aanzienlijk in populariteit. De meesten zien hem nu liever gaan dan komen. Zijn geplande Ierlandbezoek werd daarom omgezet naar een bezoek aan Schotland, waar hij echter ook met protest te maken kreeg. Eén vrouw stond als welkomscommitee langs de kant van de weg met een bord “Trump you’re a cunt”. Duidelijker kan het niet.

Hillary Clinton is ook geen onbekende in Ierland. Het is tekenend dat zij bekend is vanwege haar inzet voor het vredesproces in Noord-Ierland en niet vanwege een commercieel belang. Toch ben ik ook niet weg van Hillary Clinton. Ze komt teveel als een berekenende politica op mij over en ik kan haar maar niet sympathiek vinden. Ik heb altijd het gevoel dat ze iets achterhoudt. Dat gevoel had ik bij Obama niet. Ik vind het wel tijd worden voor een vrouw in het Witte Huis en vind het dan ook jammer dat, mocht het dan toch een ex-presidentsvrouw moeten zijn, Michelle Obama, naar mijn weten althans, geen politieke ambities heeft. Zij wordt tenminste niet geplaagd door schandalen.  (Mijn partner Orla zei trouwens dat zij wel eens de drijvende kracht achter de schermen bij Obama kan zijn en misschien meer in de melk te brokkelen heeft dan wij denken. Dat gevoel heb ik ook want ze kwam in haar speech zeer zelfverzekerd en krachtig over.) Hillary Clinton is ook een ex-presidentsvrouw en politica en Michelle Obama zou natuurlijk, ondanks de mindere ervaring ook de steun van haar man hebben die er al acht jaar ervaring mee heeft en haar in een campagne kan steunen. Wie weet, over een jaar of acht, nadat ze zich eerst zeven jaar in de politiek heeft opgewerkt.

Boekenmaanden.

Ik heb me altijd afgevraagd waarom juni de maand van het spannende boek is. Spannende boeken horen voor mij veel meer bij november wanneer de wind rond het huis giert en de regen tegen de ramen slaat. Lekker onder de wol of op de bank voor de allesbrander met een retespannend of eng boek. Heerlijk. Toen ik daar eens verder over na ging denken vond ik dat alle maanden maar naar soort boeken moesten worden heringedeeld. Natuurlijk betekent dat niet dat men dan alleen dat soort boeken zou moeten lezen, nee, het is gewoon bedoeld om een maand lang extra aandacht aan een bepaald genre te wijden, waarbij ik voor de maandindeling wel mijn beweegredenen heb die ik zal toelichten. Laat me maar weten wat je ervan vindt.

Januari: maand van het reisboek. Het is het begin van het nieuwe jaar, reikhalzend kijken we uit naar de zomer en vragen ons misschien al af waar we dan heen willen reizen. Een goede maand om eens in een reisboek te duiken en op die manier het gure weer even te vergeten.

Februari: maand van het humoristische boek. We zijn de winter goed zat, worden wat kribbig van het slechte weer zodat we wel wat humor kunnen gebruiken. Lijkt me duidelijk.

Maart: maand van de Nederlandstalige literatuur. De boekenweek valt in deze maand dus lijkt het me logisch om de hele maand aan de Nederlandstalige literatuur te wijden.

April: maand van de filosofisch getinte literatuur. Ach, april is vaak vlees noch vis wat weer betreft, met vrij veel grondmist. Perfect voor de meer filosofisch getinte roman, lijkt mij.

Mei: maand van de poëzie. Een nieuwe lente en een nieuw geluid. Lijkt me duidelijk.

Juni: maand van de buitenlandse literatuur. Het wordt al wat warmer, dus een goede maand om eens in die Italiaanse familieroman te duiken.

Juli: maand van chick- en dicklit. Vakantietijd, niet te moeilijk doen, lekker luchtig lezen. Chicklit lijkt me duidelijk. De mannelijke tegenhanger van chicklit is dus dicklit; luchtige romans voor mannen van schrijvers als Mike Gayle en Nick Hornby. Een lezeres stelde voor om juli de maand van de “graphic novel” te noemen. Dat is ook een mooi voorstel. De graphic novel is een volwassen genre en daarin is veel moois te beleven.

Augustus: maand van de (auto)biografie en de (auto)biografische literatuur. Waarom deze distinctie? Biografische literatuur kan ook gedeeltelijk fictief zijn. Augustus lijkt me de perfecte maand voor dit genre, misschien gedeeltelijk omdat de maand naar een persoon vernoemd is.

September: maand van de klassieker. Klassiekers verdienen een eigen maand. Het zijn boeken die hun waarde over de jaren, decennia en eeuwen hebben bewezen. Ik had september als maand van het kookboek maar ik ben blij dat een lezeres mij terecht wees op de noodzaak om de klassiekers een eigen maand te geven.

Oktober: maand van het historische boek. Dit lijkt me duidelijk omdat oktober al de maand van de geschiedenis is. Het wordt al aardig vroeg donker en wat is er fijner dan lekker knus met een historische roman onder de schemerlamp te zitten?

November: maand van het spannende boek. Het is koud en guur, de wind giert sfeerverhogend om het huis, de regen klettert tegen de ramen. Lekker onder de wol of op de bank voor het knapperend haardvuur met een spannende thriller.

December maand van de Fantasy en Sci/Fi. Het is winter, de feestdagen komen er aan, je hebt misschien geen zin in al die poespas, het weer ben je eigenlijk ook al weer zat. De donkerste dagen liggen in het verschiet. Lekker even wegduiken in een heel andere wereld.

En zo zijn we het jaar rond.

Ierse Literatuur: John McGahern.

John McGahern(1934 – 2006), wordt in Ierland, maar ook daarbuiten, als een van de belangrijkste Ierse schrijvers van de tweede helft van de 20e eeuwse gezien. Hij wordt ook wel de Ierse Tjechov genoemd. John McGahern was een plattelandsjongen uit het graafschap Leitrim. Zijn vader was sergeant bij de politie en zijn moeder runde een kleine boerderij maar was ook onderwijzeres. Zij stierf aan kanker toen hij een jaar of 9 was.

Zijn eerste roman “the barracks” gaat over een politiekazerne en over de tweede vrouw van een politiesergeant die aan kanker lijdt. Zijn tweede roman “the dark” werd door de katholieke kerk in de ban gedaan. Het zou pornografisch zijn. In verband hiermee moest hij ook zijn baan als leraar aan een middelbare school opgeven. De scholen werden grotendeels ook door de kerk gerund.

Hij vestigde zich in Engeland alwaar hij met verschillende banen, zelfs in de bouw, zijn geld verdiende. Uiteindelijk keerde hij naar Ierland terug en overleed in 2006 op 71 jarige leeftijd aan kanker.

John McGahern schreef vooral over gewone mensen op het Ierse platteland. Zijn observaties zijn altijd treffend. Een aantal van zijn boeken zijn naar het Nederlands vertaald maar in vertaling helaas alleen nog tweedehands verkrijgbaar. Hopelijk komt daar in de toekomst verandering in aangezien hij binnen de Ierse literatuur zo’n belangrijke plaats inneemt.

Ik ontdekte John McGahern in 1993 toen zijn boek amongst women als tussen vrouwen in de Nederlandse vertaling verscheen. Het boek gaat over de patriarch Moran die ooit officier van de oude IRA was en mede de paasopstand van 1916 heeft ontketend. Hij maakt het zichzelf en zijn omgeving moeilijk met zijn grillen. Zijn twee zoons zijn het huis al ontvlucht en hij leeft samen met zijn drie dochters en zijn tweede vrouw. In het boek wordt doormiddel van terugblikken het leven van deze man geschetst. De titel slaat zowel op het huishouden met de vrouwen alsook op een regel uit de rozenkrans dat iedere dag verplicht in het huis gebeden wordt. (“blessed are thou amongst women”). Van deze roman was ik erg onder de indruk en heb toen gekeken wat er verder van hem beschikbaar was. Tweedehands vond ik toen het eerder verschenen “de pornograaf”. Ook dit boek vond ik erg de moeite waard. Het gaat over een man die dichter wil zijn maar om in zijn levensonderhoud te voorzien, pornografische feuilletons schrijft, zelf een sexuele relatie aangaat met een vrouw die zwanger van hem raakt.

Zijn laatste roman, “that they may face the rising sun”, naar het Nederlands vertaald als “aan het meer”, gebaseerd op de titel van de Amerikaanse versie die “by the lake” als titel kreeg, heb ik in het Engels gelezen. Het boek beschrijft een jaar in een plattelandsgemeenschap. De pornograaf en tussen vrouwen heb ik in het Engels herlezen en kan daarom stellen dat de Nederlandse vertalingen goed zijn, maar wanneer je het Engels goed genoeg beheerst, dan is het extra genieten want hij schrijft erg mooi.

Wie het Ierse platteland wil leren kennen, moet zeker John McGahern gaan lezen.

Romans:

The Barracks (1963)

The Dark (1965) – Het donker (1969)

The Leavetaking (1975)

The Pornographer (1980) – De pornograaf (Arbeiderspers, 1981 ISBN 9029529474)

Amongst Women (1990) – Tussen vrouwen (Arbeiderspers, 1993 ISBN 9029530332)

That they may face the rising sun (2001) Aan het meer (De Geus, 2004 ISBN 9789044503074)

Verhalen:

Nightlines (1970)

Getting Through (1978)

High Ground (1985)

The collected stories (1992) De volledige vorige bundels aangevuld met twee nieuwe verhalen.

Creatures of the Earth: New and selected stories (2006) Een aantal gereviseerde verhalen uit de 1992 bundel aangevuld met weer twee nieuwe verhalen.

Autobiografie:

Memoir (2005) – Herinneringen, mijn leven in Ierland (De Geus, 2008 ISBN 9789044508970)